Fiscale actualiteiten voor de arbeidsrechtpraktijk 2017 - 07 Bruteren, eindheffing en anoniementarief
6.1 Bruteren van nettoloon en naheffingsaanslagen
De loonbelasting/premie volksverzekeringen die door een werkgever op het brutoloon moeten worden ingehouden, vormt rechtens een persoonlijke schuld van een werknemer aan de overheid. Een werkgever kan deze schuld voldoen namens een werknemer. Dat kan hij doen door de loonbelasting niet op diens loon in te houden en deze zelf te betalen aan de overheid. Dan vervalt daardoor de persoonlijke schuld van de werknemer. Dat is een voordeel uit dienstbetrekking dat moet worden belast.1 Zie paragraaf 4.1.1 en 4.3. Over dit voordeel, de door een werkgever van een werknemer overgenomen loonbelastingschuld, is dus ook loonbelasting verschuldigd. De waarde van de overgenomen loonbelastingschuld is voor de werknemer een nettoloonvoordeel dat moet worden ‘gebruteerd’.
Nettoloon kan ook van tevoren worden afgesproken in een nettoloonovereenkomst. Dan moet het nettoloon worden omgerekend naar brutoloon. Zie paragraaf 6.2. Een nettoloonafspraak houdt ook in dat wijzigingen in de loonbelastingtarieven ten laste of ten gunste van de werkgever komen. Net als wijzigingen in heffingskortingen waarmee bij het inhouden van loonbelasting normaliter rekening wordt gehouden.
Brutering kan ook voorkomen als een werkgever per abuis te weinig loonbelasting heeft ingehouden. Er kan een berekeningsfout zijn gemaakt of er is ten onrechte gedacht dat een bepaald loonbestanddeel helemaal niet of gedeeltelijk niet belastbaar was maar vrijgesteld van belastingheffing.
Als de misstap bijvoorbeeld blijkt bij een controle door de Belastingdienst, kan deze aan de werkgever een naheffingsaanslag loonbelasting opleggen. De werkgever staat dan voor de keus om de nageheven loonbelasting, die per abuis niet eerder werd ingehouden op het loon, te verhalen op de desbetreffende werknemer. Als hij dat doet, kost de naheffing de werkgever per saldo niets.2 Maar als de werkgever de naheffingsaanslag niet verhaalt, heeft de werknemer met terugwerkende kracht een loonvoordeel. Hij heeft immers (achteraf beschouwd) ten onrechte een te hoog nettoloon ontvangen. Vanuit het oogpunt van correcte belastingheffing moet een naheffingsaanslag dus eigenlijk altijd worden doorbelast aan de werknemer die dat aangaat. Zie paragraaf 6.2. Gebeurt dat niet, dan heeft een werknemer een loonvoordeel waarover opnieuw loonbelasting is verschuldigd. Dan moet ook worden gebruteerd.
Een naheffingsaanslag die niet wordt verhaald op een werknemer kost de werkgever, net als een nettoloonafspraak, dus veel geld: de naheffingsaanslag zelf moet hij nu betalen in plaats van zijn werknemer en tevens wordt de naheffingsaanslag gebruteerd. Het komt erop neer dat de loonkosten ongeveer verdubbelen. Zie de voorbeelden in paragraaf 6.1.2.
Als een loonbedrag is gebruteerd, hoeft een werknemer dat loonbedrag in zijn aangifte inkomstenbelasting in het geheel niet op te nemen. De werkgever hoeft een gebruteerd loonbedrag ook niet op te…