Gelijkschakeling van mededelingsplichten en onderzoeksplichten bij vraagstukken van non-conformiteit en dwaling?
Hoge Raad 14 november 2008, RvdW 2008, 1030
Inleiding
In de rechtsliteratuur bestaat al geruime tijd onduidelijkheid of de regels inzake mededelings- en informatieplichten zoals deze zijn ontwikkeld in het leerstuk van dwaling, onverkort kunnen worden toegepast bij vraagstukken van non-conformiteit. Het merendeel van de schrijvers ziet hierin geen probleem.1 Dit is opmerkelijk omdat het toetsmoment en de meetnorm bij dwaling en art. 7:17 BW op eerste gezicht lijken te verschillen. In beginsel is het startpunt van de vaststelling bij dwaling gelegen in het subjectieve gerechtvaardigde verwachtingspatroon van de koper en hetgeen de verkoper redelijkerwijs aan die koper zou hebben moeten meedelen in het licht van art. 6:228 lid 1 onder b BW. Bij de conformiteitsvraag lijkt mij dat het uitgangspunt van een dispuut veelal de ogenschijnlijk meer objectief vast te stellen eigenschappen van de zaak betreft.2 De zaak heeft de eigenschappen of niet. De niet gedane mededelingen van de verkoper doen daaraan niet af. De eigenschappen die de koper van de zaak mag verwachten, worden niet ingekleurd door niet gedane mededelingen van de verkoper.3 Hijma, schaart zich niet onverkort achter de hiervoor bedoelde auteurs die gelijke toepassing van het leerstuk in beide rechtsgebieden voorstaan. Hijma nuanceert4 door aan te geven dat hij geneigd is om de vraag of de grens voor de toepassing van de regels van mededelingsplichten en onderzoeksplichten bij art. 7:17 BW (non-conformiteit) en bij art. 6:228 BW(dwaling) op precies dezelfde plaats ligt, ontkennend te beantwoorden. Hij wijst er hierbij op dat de sancties in verband met schending van de…