Houdsterverliesregeling en non-activiteit
De wet op de vennootschapsbelasting bevat een bepaling die de verrekening van houdster- en financieringsverliezen beperkt. Deze houdsterverliesregeling was een reactie van de staatssecretaris op het Bosal-arrest van het Europese Hof van Justitie uit 2003. Het Europese Hof was van oordeel dat kosten van buitenlandse deelnemingen aftrekbaar waren. Om een ongewenste uitholling van de Nederlandse belastinggrondslag te voorkomen trof de staatssecretaris een aantal maatregelen. Eén daarvan was de beperking van de houdsterverliesregeling. Onlangs wees de Hoge Raad een viertal arresten met betrekking tot de houdsterverliesregeling.
Onder een houdstermaatschappij wordt verstaan een vennootschap waarvan de werkzaamheden het gehele of nagenoeg gehele jaar (90% van de tijd) uitsluitend of nagenoeg uitsluitend (90% of meer) bestaan uit het houden van deelnemingen of het direct of indirect financieren van verbonden lichamen. De houdsterverliesregeling komt erop neer dat lichamen de verliezen uit de jaren waarin zij fungeren als houdster- of financieringsmaatschappij, alleen mogen verrekenen met de winsten uit de perioden waarin zij eveneens als houdster- of financieringsmaatschappij kunnen worden bestempeld. Er bestaat een ‘safe harbour’ voor belastingplichtigen die ten minste 25 werknemers in dienst hebben, die andere dan houdster- en financieringsactiviteiten verrichten. In dat geval is geen sprake van een houdstermaatschappij.
Management-bv
In een situatie waarin een dga in dienst is bij zijn persoonlijke houdster-bv en deze bv voert de directie over een werkmaatschappij, is het de vraag deze managementactiviteiten nu worden aangemerkt als houdsteractiviteiten. De wetgever heeft deze vraag ontkennend beantwoord. In deze veel voorkomende situatie zal de houdsterverliesregeling dan ook veelal niet aan de orde zijn.
Periode non-activiteit
Op 19 september…