Naar de inhoud

HR 07-06-2002 (Luitjens/Vlees), RvdW 2002, 96, JOL 2002, 321, JAR 2002, 154

CAO. Loon. Ziekte.

Zie voor de complete uitspraak JAR 2002, 154.

De werkneemster is in 1992 in dienst getreden van een vleesfabrikant in de functie van vleesbewerkster. Zij is wegens ziekte uitgevallen en zij is sedertdien ziek gebleven. Zij ontvangt een WAO-uitkering naar een mate van arbeidsongeschiktheid van 80-100%. Haar werkgever is niet aangesloten bij de Centrale Organisatie voor de Vleesgroothandel die partij is bij de CAO. Art. 39 CAO, die recht gaf op doorbetaling van loon bij ziekte en op aanvulling van wegens arbeidsongeschiktheid genoten uitkeringen voor een periode van twee jaar, is algemeen verbindend verklaard nadat de werknemer arbeidsongeschikt is geworden. De rechtbank oordeelde dat de werknemer slechts recht heeft op loon/suppletie gedurende de tijdvakken waarin deze CAO-bepaling algemeen verbindend was. Het cassatiemiddel betoogt dat sprake is van een verkregen recht op loon/suppletie gedurende een bepaald tijdvak dat aanvangt op het moment waarop de CAO-bepaling algemeen verbindend is geworden en dat niet wordt aangetast doordat in de loop van dat tijdvak de bedoelde bepalingen ophouden algemeen verbindend te zijn. De Hoge Raad overweegt dat het oordeel van de rechtbank dat ingevolge art. 39 CAO ook de werknemer die op het tijdstip van algemeen verbindendverklaring reeds ziek/arbeidsongeschikt is, recht heeft op suppletie, in cassatie niet bestreden is. Dit recht vangt aan op het tijdstip van de algemeen verbindendverklaring. Nu art. 39 CAO het recht op suppletie geeft voor twee jaren te rekenen vanaf de dag dat de werknemer ziek wordt, gaat het om een recht op suppletie voor een bepaald tijdvak. Een dergelijk verkregen recht wordt, zoals de Hoge Raad heeft geoordeeld in zijn arrest HR 28-01-1994 (Beenen/Vanduho, RvdW 1994, 41, NJ 1994, 420, JAR 1994, 47, Rechtspraakoverzicht Arbeidsrecht 1994, blz. 43), niet aangetast doordat de CAO-bepaling waarop het berust in de loop van dat tijdvak ophoudt algemeen verbindend te zijn.