Naar de inhoud

JOR 2004/89, Gerechtshof Amsterdam 15-01-2004, , C03/119 (met annotatie van JJvH)

Inhoudsindicatie

Faillissement en gevolgen voor wederkerige overeenkomst, Bewindvoerder of curator kan eenzijdig ontbinden voordat wederpartij een schriftelijke termijn heeft gesteld ex art. 236 lid 1 respectievelijk art 37 lid 1 Fw, Aan wederpartij komt vordering tot schadevergoeding toe, Na datum surseance opgekomen rente komt niet voor verificatie in aanmerking, Vervolg op Rb, Alkmaar 4 april 2002, «JOR» 2002/108, m.nt. JJvH

Samenvatting

Vaststaat dat de curator – destijds bewindvoerder in de surseance van betaling van Vallentgoed c.…

Instantie Hof Amsterdam
Datum uitspraak15-01-2004
PublicatieJOR 2004/89 (Sdu Jurisprudentie Onderneming & Recht), aflevering 3, 2004
Annotator
  • JJvH
ZaaknummerC03/119
RechtsgebiedInsolventierecht
Rubriek Financiering, zekerheden en insolventie
Rechters
  • Mr. Van Manen
  • Mr. Bockwinkel
  • Mr. Van Dijk
Partijen Mr. A.R.Ph. Boddaert te Heerhugowaard,
in zijn hoedanigheid van curator in de faillissementen van vof
Vallentgoed Kermisexploitatie en haar vennoten L.P. Vallentgoed, R.
Zwart en J. Vallentgoed,
appellant,
procureur: mr. P. de Jonge,
tegen
Mondial Fair Attractions Holland BV te Heerenveen,
geïntimeerde,
procureur: mr. R.V.H. Jonker.
Regelgeving
  • Fw - 37 lid 1 128 236 lid 1 260
  • BW Boek 6 - 267