Kantonrechter Amsterdam 09-10-2003 (Van Andel), JAR 2003, 282


Bedrijfsongeval. Ontbinding gewichtige redenen. Schadeloosstelling.

Zie voor de complete uitspraak JAR 2003, 282.

De werkgever verzoekt ontbinding van de arbeidsovereenkomst omdat de werkneemster – 37 jaar oud, 12 jaar in dienst als croupier tegen een salaris van € 2.302,40 bruto per maand inclusief onregelmatigheidstoeslag en exclusief vakantietoeslag – thans drie jaar arbeidsongeschikt is, er geen passend werk voorhanden is en de werkneemster zich zelf ook niet richt op herplaatsing bij de werkgever, maar met een subsidie op grond van de Wet op de reïntegratie arbeidsgehandicapten (REA) een opleiding voor ander werk volgt. De CWI heeft begin 2003 de ontslagaanvraag van de werkgever afgewezen omdat de werkgever zich onvoldoende zou hebben ingespannen voor de reïntegratie van de werkneemster. De werkneemster erkent dat zij blijvend arbeidsongeschikt is voor haar functie. Zij stelt dat zij ernstige RSI heeft als gevolg van haar werk. Zij verzoekt om, als de kantonrechter tot ontbinding overgaat, haar vordering tot schadevergoeding ex art. 7:658 BW buiten beschouwing te laten. De kantonrechter stelt vast dat de werkneemster thans ruim drie jaar niet meer voor de werkgever werkzaam is en dat zij haar werkzaamheden als croupier niet meer kan verrichten. Niet gebleken is dat er in de afgelopen drie jaar ander passend werk voor de werkneemster beschikbaar is geweest. Het ontbindingsverzoek is derhalve toewijsbaar. Ten aanzien van het verzoek om een vergoeding overweegt de kantonrechter de letselschade van de werkneemster, waarvoor zij de werkgever op grond van art. 7:658 BW wil aanspreken, geheel buiten beschouwing te zullen laten. Bij de vaststelling van de ontbindingsvergoeding wordt daarmee dus op geen enkele wijze rekening gehouden. Aspecten die dan nog relevant zijn, zijn het feit dat het dienstverband waarvan de werkneemster gedurende een respectabel aantal jaren inhoud heeft gegeven, thans op onbevredigende wijze een einde neemt en het feit dat de werkgever de werkneemster gedurende drie jaar heeft doorbetaald tijdens ziekte. Gelet hierop is een ontbindingsvergoeding van € 7.459,77 bruto bij wijze van pleister op de wonde op zijn plaats.

Verder lezen
Terug naar overzicht