Kantonrechter Haarlem 08-12-1999 (Patijn), Prg. 2000, 5485


Ontslag op staande voet (diefstal). Gefixeerde schadevergoeding. Loon. Gratificatie. Wettelijke verhoging. Verrekening.

Een 40-jarige werknemer (14 jaar in dienst, salaris NLG 5.883,-- bruto per maand) wordt op staande voet ontslagen wegens het zonder toestemming van de werkgever verkopen van aluminium platen en het voor zichzelf behouden van de opbrengst. De werknemer vordert achterstallig loon vermeerderd met de wettelijke verhoging. De vordering wordt bij verstek toegewezen. De werkgever komt in verzet, beroept zich op verrekening en vordert in reconventie naast de gefixeerde schadevergoeding van NLG 21.634,26, een schadevergoeding van NLG 64.897,85 en een vergoeding van NLG 11.172,80 vermogensschade (kosten bedrijfsrecherche). De kantonrechter overweegt dat nu de werknemer heeft erkend de aluminium platen te hebben verkocht, de opbrengst te hebben behouden en toegeeft dit meerdere keren te hebben gedaan, hij terecht op staande voet is ontslagen. Dit betekent dat de werknemer schadeplichtig is. De kantonrechter stelt vast dat de werknemer aanspraak heeft op NLG 10.804,72 bruto (salaris en vakantiegeld) doch niet op de 13e maand respectievelijk de wettelijke verhoging. Afgezien dat het de werkgever vrij staat tot uitkering van een 13e maand over te gaan, is het gezien het gedrag van de werknemer niet onbegrijpelijk dat hem dit jaar een 13e maand wordt onthouden. De wettelijke verhoging is alleen verschuldigd als het de werkgever te verwijten valt te laat het salaris te hebben betaald. Dat is in dit geval niet zo omdat de werkgever het recht had het verschuldigde loon te verrekenen met de gefixeerde schadevergoeding. Aangezien de vordering van de werkgever die van de werknemer te boven gaat, dient de vordering van de werknemer te worden afgewezen. Met betrekking tot de gefixeerde schadevergoeding is de kantonrechter van oordeel dat deze is gebaseerd op de opzegtermijn die geldt voor de werknemer als schadeplichtige partij. De kantonrechter stelt deze schadevergoeding vast op NLG 9.868,25. De materiële schade, die de kantonrechter voorlopig vaststelt op NLG 4.000,-- (het bedrag dat de werknemer heeft ontvangen voor de aluminium platen) en de vermogensschade (waaronder de kosten van het bedrijfsrecherchebureau), kunnen nog niet worden vastgesteld en dienen in een schadestaatprocedure te worden onderzocht.

Terug naar overzicht