Levering juridische eigendom na economische eigendomsoverdracht en de onherroepelijke volmacht
In deze bijdrage wordt ingegaan op de problematiek van een levering van juridische eigendom van een woning na een eerdere economische eigendomsoverdracht krachtens een onherroepelijke volmacht die in de ‘econoom’ was opgenomen. De vraag rees, of nog van de onherroepelijke volmacht gebruik kon worden gemaakt nu de juridische eigendom na het overlijden van de eigenaar diverse malen was vererfd.
1. De feiten
Op 15 september 1992 heeft de man (hierna te noemen: erflater) bij notariële akte de economische eigendom overgedragen van een woning aan kleinzoon 1 en tot meerdere zekerheid van de nakoming van de leveringsverplichting ook een hypotheek gevestigd ten behoeve van kleinzoon 1 op het woonhuis. Daarbij is – onder meer – ook een onherroepelijke volmacht verleend aan kleinzoon 1 om – onder meer – de juridische eigendom van de woning aan zichzelf te doen leveren. Erflater, die in algehele gemeenschap van goederen was gehuwd met de vrouw (hierna te noemen: erflaatster) is op 13 november 2008 overleden. Nadien is op 26 oktober 2012 ook erflaatster overleden. Voor zover uit het vonnis valt af te leiden was erflaatster een erfgenaam van erflater en waren de twee kleinzonen de erfgenamen van erflaatster. Kleinzoon 1 heeft met gebruikmaking van de onherroepelijke volmacht na het overlijden van erflaatster op 8 juli 2014 de juridische eigendom van het woonhuis aan zichzelf doen leveren. Nadien heeft kleinzoon 2 conservatoir beslag gelegd op het woonhuis.
2. De rechtsvraag
Voor zover hier van belang vordert de eiser (kleinzoon 2) in het onderhavige geschil nietigverklaring van de levering van de juridische eigendom van het woonhuis door kleinzoon 1 aan zichzelf c.q. vernietiging van die levering…