Moeder moet terugverhuizen als zij hoofdverblijfplaats dochter bij zich wil houden
Ondertoezichtstelling. Geen toestemming voor verhuizing. Hoofdverblijf en zorgregeling.
De feiten
M en V zijn in 2007 met elkaar gehuwd. Uit hun voorhuwelijkse relatie is 2005 dochter D geboren, over wie partijen gezamenlijk het ouderlijk gezag uitoefenen. In 2014 verlaat V de echtelijke woning in Zeeland en gaat met D in Friesland wonen. In 2015 wordt het huwelijk van partijen door echtscheiding ontbonden. V is inmiddels zwanger van haar nieuwe partner, die in Duitsland woont.
Het geschil
De rechtbank heeft bepaald dat D haar hoofdverblijfplaats bij…
| Wetgeving | |
|---|---|
| Jurisprudentie | ECLI:NL:GHARL:2016:1394 ECLI:NL:GHARL:2016:1395 |
| Officiële publicaties | |
| Europese regelgeving | |
| Soort nieuws | Uitspraak |
| Publicatiedatum | 17-03-2016 |
| Nummer | 2016/0090 |