Naar de inhoud

Ondoelmatige besteding geen reden voor correctie bekostiging

Instantie: Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State, 23 november 2016

Vindplaats: ECLI:NL:RVS:2016:3112

Relevante wetgeving: artikel 21 Bekostigingsbesluit WVO; artikel 106 Wet op het voortgezet onderwijs

Geschil:

Met een schoolbestuurder is de afspraak gemaakt dat hij geen BAPO-verlof opneemt gedurende zijn dienstverband. Bij uitdiensttreding in 2011 wordt het saldo – onder aftrek van de eigen bijdrage – aan de bestuurder uitbetaald in de vorm van een extra pensioenstorting. De school meldt de betalingen ook in het jaarverslag. De Inspectie start daarop een onderzoek en concludeert dat de bezoldiging van de bestuurder door uitbetaling van het verlofsaldo boven de (toen nog toekomstige) wettelijke norm is uitgekomen. OCW acht de bezoldiging daarmee buitensporig en de besteding van bekostigingsgelden daaraan tevens ondoelmatig. Met een beroep op artikel 21 Bekostigingsbesluit wil OCW het aan het bedrag voor zover dat de bezoldigingsnorm van de wnt te boven is gegaan, in mindering brengen op de bekostiging en dit van de school terugvorderen.

De school is het daar niet mee eens. Bij de Inspectie voerde zij reeds aan dat iedere andere aanwending van het verslofsaldo (opname van het verlof voorafgaand aan uitdiensttreding inbegrepen) een groter beslag op de beschikbare middelen had gelegd. In het kader van de voorgenomen bekostigingscorrectie, alsook in bezwaar en beroep voert de school (onder meer) ook nog aan dat er, zowel voor het Inspectieonderzoek als voor de herziening geen legitieme grondslag bestaat, en dat het bovendien niet aangaat om haar af te rekenen op een wettelijke norm die eerst later in werking is getreden. Zou die wet van toepassing zijn geweest, dan…