Ontbinding en vereffening: enkele aandachtspunten
Sinds 1992 kan de vereffenaar van een rechtspersoon bij voorbaat uitkeringen doen aan de gerechtigden tot het liquidatiesaldo, zolang de termijn voor het indienen van verzet nog niet is aangevangen. In deze bijdrage wordt uiteengezet wat dat voor gevolgen heeft voor het opstellen en deponeren van de rekening en verantwoording (en het plan van verdeling). Eerst wordt echter aandacht besteed aan de besluitvorming die leidt tot ontbinding en de (on-)herroepelijkheid daarvan.
1. Inleiding
Hoewel daaraan in de literatuur niet overdreven veel aandacht wordt besteed, bestaan er in de praktijk toch de nodige vragen over de vereffening en het daaraan voorafgaande besluit tot ontbinding2. In deze bijdrage komt een aantal van die vragen aan de orde.
2. Het besluit tot ontbinding
2.1 Wie het besluit tot ontbinding neemt
Het aan de vereffening voorafgaande besluit tot ontbinding dient op grond van de wet te worden genomen door de algemene vergadering en voor de stichting door haar bestuur. De statuten kunnen bepalen dat het besluit tot ontbinding slechts kan worden genomen op voorstel van de directie of het bestuur, al dan niet met goedkeuring van de raad van commissarissen, of op grond van een voorstel van een andere orgaan van de rechtspersoon, zoals de vergadering van houders van aandelen van een bepaalde soort waaraan bijzondere zeggenschapsrechten zijn verbonden of bij de stichting een raad van toezicht; daarnaast kunnen voor het besluit tot ontbinding bijzondere meerderheids- en quorumvereisten gelden. Voor vennootschappen geldt daarnaast dat, ook indien niet is voorgeschreven dat een besluit tot ontbinding slechts kan worden genomen op basis van een voorstel van of met goedkeuring van de directie (al dan niet met…