Proefschrift; drie stellingen Sanctionering van informatieplichten uit de Richtlijn consumentenrechten
Drie stellingen
Stellingen ingenomen naar aanleiding van het proefschrift ‘Sanctionering van informatieplichten uit de Richtlijn consumentenrechten’ verdedigd aan de Rijksuniversiteit Groningen en tot stand gekomen onder begeleiding van prof. mr. A.J. Verheij en prof. mr. H.B. Krans
Inleiding
De Richtlijn consumentenrechten (2011/83/EU) bevat informatieplichten die gelden bij het aangaan van een overeenkomst op afstand, een overeenkomst gesloten buiten een verkoopruimte (colportage) en overeenkomsten die worden gesloten in een winkel.1 Deze informatieplichten zijn te vinden in art. 6:230l en art. 6:230m BW. De informatie die een ondernemer op grond van deze informatieplichten moet verstrekken beoogt de consument te beschermen bij het aangaan van het contract. In het proefschrift wordt onderzocht op welke manier een schending van de informatieplichten uit de Richtlijn consumentenrechten wordt gesanctioneerd, wie deze sancties hanteren en waarom zij dat doen. De Richtlijn laat daartoe namelijk de nodige ruimte aan de lidstaten. Zij hoeven er slechts voor te zorgen dat de sancties in hun rechtsstelsel doeltreffend, evenredig en afschrikwekkend zijn.2 Aan de hand van drie stellingen zal de uitkomst van het onderzoek in deze bijdrage worden geschetst.
Eerste stelling: Oneerlijke handelspraktijken (uit de Richtlijn oneerlijke handelspraktijken) sluiten wat betreft onderwerp en doel aan op de bedoelde informatieplichten en vormen daarmee een uitgelezen grond om een schending van informatieplichten te sanctioneren
De informatieplichten uit de Richtlijn consumentenrechten zijn in te delen in (1) informatieplichten met betrekking tot prestaties, (2) informatieplichten omtrent persoonsgegevens, (3) de plicht van de ondernemer de informatie duidelijk en begrijpelijk te verstrekken, (4) …