Roerende zaken in het internationaal privaatrecht
Kritische beschouwingen over het wetsontwerp voor een ‘Wet conflictenrecht goederenrecht’ (I)
De Nederlandse wetgever heeft het internationale goederenrecht lang verwaarloosd. Het Nederlandse internationaal privaatrecht (IPR) voor goederenrechtelijke kwesties is hoofdzakelijk gevormd in de jurisprudentie. Het is derhalve niet verrassend dat het op dit gebied lacunes kent. Het in 1998 gepubliceerde “Ontwerp Staatscommissie IPR voor Wet conflictenrecht goederenrecht” beoogt een algemene regeling van het conflictenrecht voor goederenrechtelijke kwesties te geven. Dit voorontwerp is nu grotendeels ongewijzigd overgenomen in wetsontwerp 30 876 voor een “Regeling van het conflictenrecht betreffende het goederenrechtelijke regime met betrekking tot zaken, vorderingsrechten, aandelen en giraal overdraagbare effecten (Wet conflictenrecht goederenrecht)”. In het eerste deel van deze bijdrage zal het wetsontwerp kritisch worden besproken, in het bijzonder de bepalingen die betrekking hebben op de levering en bezwaring van roerende zaken.
1. Ratio van de lex-rei-sitae-regel
Zakenrechtelijke kwesties worden beheerst door het recht van het land waar de zaak zich bevindt (lex rei sitae of wet van ligging).2 De lex-rei-sitae-regel is een regel van internationaal privaatrecht die vrijwel universeel geldt3 en die ook in het wetsontwerp voor een Wet conflictenrecht goederenrecht is opgenomen (art. 2 WCG).4 De verwijzingsregel heeft, zoals Neumeyer en Meijers hebben aangetoond, zijn oorsprong in de vroege middeleeuwen, zeker waar het onroerende zaken betreft.5 Het toenemende belang van territoriale macht leidde er al in de Romeinse provincies toe dat de plaats van ligging bepalend werd geacht voor belastingheffing.6 Het feodale systeem legde de basis voor de plaats van ligging als grondslag voor rechterlijke competentie en…