Sign. - 354 Handhaving in afwijking van de bouwvergunning gebouwde dakopbouw en eigendomsrecht [Wonw, BW]
(ABRvS 21 augustus 2013, zaaknummer 201207301/1/A1 (r.o. 2.2), www.rechtspraak.nl, ECLI:NL:RVS:2013:819)
Trefwoorden: Bouwvergunning.
Regelgeving: Wonw. art. 40. Awb rt. 5:21 en 5:31d. BW.
Bij besluit van 11 maart 2011 hebben B&W van Den Haag het verzoek van appellant tot handhavend optreden tegen de in afwijking van de bouwvergunning gebouwde dakopbouw te Den Haag afgewezen. Appellant betoogt dat de rechtbank ten onrechte heeft overwogen dat zich bijzondere omstandigheden voordoen op grond waarvan het college van handhavend optreden behoorde af te zien. Voorts voert appellant aan dat door de afwijking van de bouwvergunning het plaatsen van een dakopbouw op zijn eigen dak wordt bemoeilijkt en de waarde van zijn woning zal dalen ten gevolge van verlies aan oppervlakte van zijn perceel. De gevelafwerking, dakoverstek en bakstenenrand op de hoek van de achtergevel, steken onderscheidenlijk 8, 7 en 11 centimeter, over de erfgrens uit. Tussen partijen is niet in geschil dat daardoor inbreuk wordt gemaakt op het eigendomsrecht van appellant. De stukken bieden geen aanknopingspunt voor het oordeel dat het plaatsen van een dakopbouw op het perceel van appellant niet zal worden bemoeilijkt en appellant door de overschrijding van de erfgrens geen schade lijdt. Mede gelet op diens belangen bij de uitoefening van het eigendomsrecht kan niet worden geoordeeld dat handhavend optreden in dit geval zodanig onevenredig is in verhouding tot de daarmee te dienen belangen, dat het college in verband daarmee van handhavend optreden behoorde af te zien. De rechtbank heeft dit niet onderkend…