Naar de inhoud

Sign. - De deurwaarder mag een huurwoning binnentreden voor herstelwerkzaamheden (Rechtbank Overijssel, 6 maart 2015, ECLI:NL:RBOVE:2015:1088)

Lekkage in de flat van gedaagde (een huurder van SWZ) levert de benedenbuurman (een koper van SWZ) overlast op. Ondanks daartoe bij verstekvonnissen te zijn veroordeeld, weigert gedaagde om SWZ toe te laten voor herstelwerkzaamheden. De deurwaarder vraagt nu de voorzieningenrechter te beslissen of zij haar ministerie dient te verlenen voor wat betreft de lijfsdwang en, voor zover deze vraag bevestigend wordt beantwoord, of SWZ dan de woning van gedaagde mag binnentreden om herstelwerkzaamheden, daarbij gebruik makende van de bevoegdheid van de deurwaarder om binnen te treden, al dan niet op basis van een machtiging tot binnentreding afgegeven door de gemeente, teneinde de vonnissen van 26 maart 2014 en 8 december 2014 te executeren.

Aan haar vraag legt de deurwaarder ten grondslag dat de optie van de gemeente om SWZ te laten ‘meeliften’ op de bevoegdheid van de deurwaarder om binnen te treden en zo alsnog de herstelwerkzaamheden uit te voeren in het vonnis van 8 december 2014 uitdrukkelijk door de kantonrechter is uitgesloten. De deurwaarder stelt dat, nu de machtiging aan SWZ wordt onthouden, de door de kantonrechter gestelde voorwaarde voor executie niet is vervuld waardoor de vraag rijst of zij gehouden is haar ministerie te verlenen voor wat betreft de lijfsdwang. De tenuitvoerlegging van de lijfsdwang is immers duidelijk gekoppeld aan het uitvoeren van de herstelwerkzaamheden.

Ingeval van twijfel over de vraag of de deurwaarder zijn ministerie moet verlenen aan de door een schuldeiser voorgestane wijze van executie kan de deurwaarder op de voet van artikel 438 lid 4 Rv zich bij de voorzieningenrechter vervoegen teneinde deze in kort geding tussen betrokken partijen te doen beslissen. De bevoegdheid van de deurwaarder om…