Naar de inhoud

Sign. - Geen beslag op huurtoeslag door eerdere verhuurder

De huurovereenkomst tussen A en Wonen Zuid is ontbonden en A is veroordeeld tot ontruiming en betaling van de huurachterstand en kosten. Deze kosten zijn onbetaald gebleven. A heeft inmiddels van een andere verhuurder een woning gehuurd, en ontvangt daarvoor huurtoeslag. Wonen Zuid heeft executoriaal derdenbeslag doen leggen onder de ontvanger van de Belastingdienst Utrecht, om betaling te krijgen van de kosten. A heeft opheffing gevorderd, op de grond dat sprake is van een beslagverbod ex art. 45 lid 1 aanhef en onder a van de Algemene wet inkomensafhankelijke regelingen (Awir). Subsidiair heeft A aangevoerd dat het beslag vexatoir is omdat zij ten gevolge van het beslag haar huidige huur niet kan betalen, waardoor ontbinding van die huurovereenkomst en ontruiming dreigt. In het bestreden vonnis heeft de voorzieningenrechter de vordering van A afgewezen.

In hoger beroep voert A aan dat art. 45 Awir zich verzet tegen een executoriaal derdenbeslag door een verhuurder (voor een vordering wegens niet-nakoming van de betalingsverplichtingen uit hoofde van de huurovereenkomst) op huurtoeslagen van de huurder toegekend in verband met een andere huurovereenkomst met betrekking tot een andere woning.

Het hof overweegt dat, gelet op de formulering van de uitzonderingsbepaling onder art. 45 lid 1 onder a van de Awir, er sprake is van een te ver verwijderd verband bij een beslag op huurtoeslagen die gelden als tegemoetkoming voor huurverplichtingen uit hoofde van een andere huurovereenkomst. Daarbij betrekt het hof dat uitgangspunt is dat de huurder, die een huurtoeslag ontvangt, die toeslag dient aan te wenden voor de betaling van lopende huurtermijnen. De conclusie is dat in een dergelijke situatie het beslagverbod van art. …