Naar de inhoud

Sign. - Het enkele feit dat vader in detentie zit, is geen reden voor beëindiging gezamenlijk gezag (Gerechtshof Den Haag 24 mei 2017, ECLI:NL:GHDHA:2017:1498)

Uit het huwelijk tussen M en V zijn drie (nu nog minderjarige) kinderen geboren, over wie partijen gezamenlijk het ouderlijk gezag uitoefenen. In 2013 wordt het huwelijk door echtscheiding ontbonden. M zit gedetineerd. V verzoekt de rechtbank haar te belasten met het eenhoofdig ouderlijk gezag. De rechtbank wijst het verzoek toe, M gaat in hoger beroep. Het hof stelt vast dat duidelijk is dat sinds het uiteengaan van M en V de onderlinge communicatie zeer moeizaam verloopt. Gebleken is ook dat in het verleden sprake is geweest van huiselijk geweld, als gevolg waarvan V emotionele belemmeringen ondervindt in het contact met M en het eventueel gezamenlijk uitoefenen van het gezag. Toch ziet het hof nu geen aanleiding het gezamenlijk gezag te beëindigen. Beide ouders stellen zich zeer liefdevol op ten opzichte van hun kinderen en ook M is, ondanks zijn detentie, zeer bij hen betrokken. Tussen M en de minderjarigen is sprake van een vast belmoment per week. Het hof vindt het positief dat V zich inzet voor de contacten en dat zij zich jegens de minderjarigen niet negatief uitlaat over M. Niet gebleken is dat M de beslissingen, die voor het dagelijkse leven en de veiligheid van (spoedeisend) belang zijn voor de minderjarigen, blokkeert of zal blokkeren. Ook erkent V dat zij tot nu toe weinig problemen ervaart van het gezamenlijk gezag. Het hof is van oordeel dat er geen onaanvaardbaar risico bestaat dat de minderjarigen klem of verloren zullen raken tussen M en V. Ook is niet gebleken dat een beëindiging van het gezamenlijk gezag anderszins in het belang van de minderjarigen noodzakelijk is. De gronden om…