Naar de inhoud

Sign. - Lijfsdwang voor makers van valse postzegels

Gedaagden zijn bij vonnis van 10 april 2013 onder meer bevolen om valse postzegels en de apparaten waarmee die gemaakt zijn, aan PostNL te overhandigen. Gedaagden hebben daar niet aan voldaan. PostNL heeft vervolgens gevorderd om aan die bevelen lijfsdwang te verbinden. Die vorderingen van PostNL zijn gedeeltelijk toegewezen. Toepassing van lijfsdwang betekent beneming van de persoonlijke vrijheid en kan daarom slechts aan de orde komen als er geen alternatief bestaat. Lijfsdwang is derhalve een zogenoemd ultimum remedium. Daarbij dient het belang van PostNL afgewogen te worden tegen het belang van gedaagden bij niet toepassing daarvan. Indien geoordeeld moet worden dat zij buiten staat zijn om aan het vonnis van 10 april 2013 te voldoen, behoort geen lijfsdwang te worden opgelegd. De bodemrechter heeft in het vonnis van 10 april 2013 geoordeeld dat gedaagden in de postzegelfraude hebben samengewerkt. Uitgangspunt is derhalve dat zij in bezit van valse postzegels zijn geweest. Waarom zij daar thans niet meer over beschikken hebben zij niet toegelicht. Daarmee is thans onvoldoende aannemelijk dat zij niet in staat zijn om aan het gegeven bevel tot afgifte van de valse zegels te voldoen. De stelling van PostNL dat op dit punt de maximale dwangsommen zijn verbeurd, komt voorshands dan ook niet onjuist voor. Daarmee is voldoende aannemelijk dat voor de nakoming van het bevel geen alternatief dan de gevorderde lijfsdwang voorhanden is. De gevorderde lijfsdwang zal voor dit bevel daarom worden toegewezen. Ook aan het bevel om aan de gerechtelijk bewaarders opdracht te geven om de in beslag genomen valse postzegels zo spoedig mogelijk aan PostNL ter hand te stellen, is niet voldaan. Gedaagden hebben onvoldoende toelicht waarom zij niet in…