Naar de inhoud

Sign. - Rechtbank acht expliciete bepaling wenselijk in geval van ‘gehuwd gezag’ (Rechtbank Overijssel (Vzr.) 24 april 2013 – publicatie 2014, RBOVE:2013:4269)

Een Nederlands echtpaar voldoet aan de vereisten om twee kinderen uit Oeganda te adopteren: zij hebben samen om adoptie gevraagd en hebben meer dan drie aaneengesloten jaren onmiddellijk voorafgaand aan de indiening van het verzoek samengeleefd. Het adoptieverzoek is in het belang van de kinderen en voor de toekomst is te voorzien dat de kinderen niets meer van hun oorspronkelijke ouders in de hoedanigheid van ouders hebben te verwachten. De rechtbank wijst derhalve het adoptieverzoek toe. Tegelijk met het adoptieverzoek verzoeken de adoptieouders ook om het gezamenlijk gezag over de kinderen. Dat verzoek wijst de rechtbank echter af. Volgens de rechtbank ontstaat namelijk een familierechtelijke betrekking tussen de adoptiefouders en de kinderen als gevolg van de adoptie. De familierechtelijke betrekking met de oorspronkelijke ouders is daardoor beëindigd. Omdat de adoptiefouders gehuwd zijn, verkrijgen zij volgens de rechtbank reeds daardoor het gezamenlijke gezag over de kinderen en eindigt het gezag van de oorspronkelijke ouders. Volgens de wenk onder de uitspraak regelt het BW niet expliciet het ouderlijk gezag in geval van adoptie. Vóór 1998 was dat wel het geval (art. 1:246 lid 1 BW (oud)). Art. 1:251 lid 1 BW geeft in het huidige recht slechts als hoofdregel dat ouders samen het ouderlijk gezag over hun kind uitoefenen. Op basis daarvan wordt aangenomen dat gehuwde adoptiefouders ook gezag over hun adoptiefkind uitoefenen. Zo ook in het geval van partneradoptie. De rechtbank ging er in het onderhavige geval automatisch vanuit dat met de adoptie het gezamenlijke gezag is gegeven. De wenk acht het echter wenselijker dat de wet dat expliciet gaat bepalen. Er is nog geen wetsvoorstel in die richting.

Voor…