Naar de inhoud

Sign. - Restschuld: Hypotheekakte kan worden geëxecuteerd jegens erfgenamen

De bank had een hypotheekrecht op de woning van mevrouw M. Na haar overlijden hebben de zoons van M haar nalatenschap zuiver aanvaard. De bank heeft de deurwaarder opdracht gegeven de grosse van de hypotheekakte ten laste van de zoons door middel van executoriaal beslag ten uitvoer te leggen, omdat zij in gebreke zijn met de terugbetaling de restschuld van € 80.000 die niet uit de boedel kan worden voldaan. De deurwaarder vraagt zich af of de hypotheekakte een executoriale titel jegens de erfgenamen oplevert en de executie van de hypotheekakte op de door de bank voorgestane wijze niet in strijd is met artikel 4:223 lid 1 BW. Hij vervoegt zich op de voet van artikel 438 lid 4 Rv bij de voorzieningenrechter. Die stelt voorop dat de grosse van een notariële akte ingevolge artikel 430 Rv executoriale kracht kan hebben. Vgl. HR 26 juni 1992, LJN ZC0646, NJ 1993/449 (Rabobank/Visser) alsmede HR 8 februari 2013, NJ 2013, 123 (Rabobank/Donselaar). Omdat de bank de hypotheekakte wenst te gebruiken als executoriale titel om het restant van de in de hypotheekakte genoemde geldlening te executeren, heeft de hypotheekakte in zoverre executoriale kracht. De zoons zijn van rechtswege schuldenaar geworden van de vordering die de bank blijkens de hypotheekakte als hypotheekhouder had op wijlen mevrouw M. Ingevolge artikel 4:184 lid 1 Rv kunnen schuldeisers van de nalatenschap hun vorderingen op de goederen der nalatenschap verhalen. Een erfgenaam is niet verplicht een schuld der nalatenschap ten laste van zijn overig vermogen te voldoen, tenzij hij zuiver aanvaardt. Rechtsgevolg van zuivere aanvaarding is dat schuldeisers van…