Naar de inhoud

Sign. - Vuistregels gebruiksvergoeding, gebruikslasten en eigenaarslasten tijdens onverdeeldheid (Rechtbank Den Haag 23 december 2015, ECLI:NL:RBDHA:2015:15322)

M en V hebben sinds 1994 een affectieve relatie met elkaar, waaruit twee (thans nog minderjarige) kinderen zijn geboren. In 2011 verbreken partijen hun relatie. V blijft met de kinderen in de gemeenschappelijke woning blijven wonen. In kort geding heeft de voorzieningenrechter M veroordeeld tot betaling aan V van € 500 per maand als bijdrage in de woonlasten, met ingang van 1 januari 2012. M heeft nimmer aan deze betalingsverplichting voldaan. M verzoekt de rechtbank V te veroordelen tot het betalen van een gebruiksvergoeding van € 500 per maand met ingang van 1 januari 2012.

De rechtbank overweegt als volgt. De voorzieningenrechter heeft in zijn kort geding-vonnis de praktische vuistregel uit de eerstelijns rechtspraktijk miskend dat, in gevallen zoals deze, het in het algemeen tussen deelgenoten zoals deze het meest praktisch, redelijk en billijk is dat tijdens de periode van onverdeeldheid na het feitelijk uiteengaan en tot de verdeling de in een gemeenschappelijke woning achterblijvende ex-partner alle gebruikerslasten van de woning, inclusief in beginsel de hypotheekrente, voor haar/zijn rekening zal nemen bij wijze van gebruiksvergoeding aan de vertrokken ex-partner voor haar/zijn exclusief gebruik van de gemeenschappelijke woning. Met andere woorden: een gebruiksvergoeding wordt meestal (of dikwijls) weggestreept tegen de gebruikerslasten verbonden aan de woning met hypotheek. Wel moeten als praktische vuistregel – behoudens bijzondere omstandigheden – de beide eigenaren tijdens de periode van onverdeeldheid ieder de helft van de eigenaarslasten van hun verhypothekeerd gemeenschappelijk registergoed dragen en/of betalen, zoals redelijke kosten voor noodzakelijk groot onderhoud, eigenaarsdeel OZB-belastingen, premies opstalverzekering, hypotheekaflossingen en eventuele premies voor aan de…