Stakingslijfrente bij de eigen BV
Samenvatting
Volgens het ministerie van Financiën mag bij de (ruisende) overdracht van een onderneming aan een eigen BV, geen lijfrente worden bedongen bij de eigen BV voor zover de stakingswinst betrekking heeft op naar privé overgeheveld ondernemingsvermogen. Rekenvoorbeeld.
Tekst
X draagt zijn onderneming over aan een daartoe opgerichte BV, met uitzondering van het pand dat hij overbrengt naar privé. Dit pand verhuurt hij vervolgens aan de vennootschap. X wil zijn stakingswinst aanwenden voor een lijfrente bij de BV (artikel 45a lid 5 Wet IB).
Blijkens een resolutie is dat slechts mogelijk voor zover de stakingswinst is behaald ter zake van de inbreng van de onderneming in de BV. Uit artikel 45 lid 5 onderdeel a Wet IB volgt volgens de staatssecretaris dat de eigen BV mag optreden als verzekeraar, mits de lijfrente is bedongen als tegenprestatie voor de overdracht van de onderneming. Nu het pand niet aan de BV is overgedragen, kan dit deel van de stakingswinst slechts worden aangewend voor een lijfrente bij een professionele verzekeraar.
X mag zelf bepalen op welk deel van de eindwinst hij de stakingsvrijstelling (artikel 8 lid 1 onderdeel d Wet IB) toepast; op de stakingswinst ter zake van de ingebrachte onderneming of op de activa die naar privé zijn overgebracht. Dit is van belang voor de hoogte van het bedrag waarvoor bij de BV een stakingslijfrente kan worden bedongen. In de praktijk zal de franchise als eerste worden verrekend met de winst die betrekking heeft op de naar privé overgebrachte activa. Daardoor wordt het bedrag waarvoor X bij zijn BV een lijfrente kan bedingen zo hoog mogelijk.
Een voorbeeld ter verduidelijking.
Stel dat de stakingswinst…