'Step up' bij erfrechtelijke verkrijging a.b. vanuit het buitenland
Samenvatting
Art. 49.1.b Wet IB bepaalt dat een niet in Nederland wonende persoon wordt belast voor winst uit aanmerkelijk belang wanneer de betreffende vennootschap in Nederland is gevestigd. Deze heffing vindt evenwel niet plaats indien Nederland een verdrag heeft afgesloten die de heffing toekent aan het land waar de aandeelhouder woont. De Hoge Raad oordeelt dat Nederlandse erfgenamen (die daardoor ab-houder worden) zonder enige formaliteit mogen uitgaan van een verkrijgingsprijs ter grootte van de waarde in het economische verkeer ten tijde van het overlijden van de in het buitenland wonende ab-houder.
Tekst
Overlijdt een houder van een aanmerkelijk belang dan wordt de daarbij plaatsvindende overgang onder algemene titel alsmede de overgang krachtens erfrecht onder bijzondere titel als een vervreemding aangemerkt', artikel 20a.6.f Wet IB. Er is geen tegenprestatie, maar er moet toch worden afgerekend. Echter:
'De overgang krachtens erfrecht of huwelijksvermogensrecht alsmede de verdeling van de nalatenschap of huwelijksgemeenschap binnen twee jaar na het overlijden of de ontbinding van de huwelijksgemeenschap wordt niet als een vervreemding van een aanmerkelijk belang aangemerkt' mits de verkrijger van de aandelen binnenlandse belastingplichtige particulier is, artikel 20a lid 7 Wet IB.
Om te voorkomen dat er bij dit soort overgangen krachtens erfrecht een lacune in de heffing ontstaat, heeft de wetgever bepaald dat de verkrijgers de verkrijgingsprijs moeten overnemen 'van de erflater dan wel van degene van wiens zijde de aandelen in de gemeenschap zijn gevallen', 20d lid 2 Wet IB. Men kan ook om afrekening verzoeken, artikel 20d lid 1 Wet IB.
Tot 1997 kenden we in essentie hetzelfde regime in artikel 39 lid 9…