Van boedelberedderaar tot afwikkelingsbewindvoerder
Nadere overpeinzingen over de synthese van de erfrechtelijke rechtsfiguren executele en testamentair bewind
1. De erfrechtelijke tijd vliegt
Het is al weer meer dan vijftien jaar geleden dat ik in dit blad in de reeks ‘Rode draad Nieuw Erfrecht’ onder de titel ‘L’exécuteur-testamentaire est mort, es lebe der Testamentsvollstrecker!’ een eerste aanzet mocht doen om tot een modelregeling te komen voor een synthese tussen executele en testamentair bewind.2 Tijd om de balans op te maken.
De conclusie van destijds was dat we bij het anticiperen op de nieuwe regels van executele en testamentair bewind rekening moeten houden met het feit dat de executeur-afwikkelingsbewindvoerder zich in twee rechtssferen bevindt (executele en bewind) en opereert als een kameleon. Vlak na het openvallen van de nalatenschap zal de executeur op de voorgrond treden, terwijl naarmate de afwikkeling langer duurt, de bewindvoerder in hem meer en meer geactiveerd zal worden. De executeur zakt dan langzaam weg.3 Een tweede gedachte was dat een synthese bijvoorbeeld ook bereikt kan worden door het testamentair bewind pas op een later tijdstip te laten ingaan. Dat wat betreft de uitbreiding van executele met afwikkelingsbewind in de ‘lengte’, een uitbreiding voor wat de duur betreft. Anno 2015 merk ik wat zwaarder op dat dit niet wegneemt dat wij executele ook van meet af aan in de ‘breedte’ met afwikkelingsbewind kunnen uitbreiden.4 De klemtoon ligt dan op de uitbreiding van de bevoegdheid om over de goederen van de nalatenschap te beschikken. Bij uitbreiding van executele aan het eind van de rit, zal de nadruk in de regel liggen op de zelfstandige verdelingsbevoegdheid van…