Verkrijgende verjaring, het lot van beperkte rechten en de rol van het Kadaster en de notaris
1. Inleiding2
De eigenaar kan de eigendom van een onroerende zaak verliezen als hij gedurende langere tijd het bezit van zijn onroerende zaak heeft ontbeerd. Een bezitter te goeder trouw wordt eigenaar van de onroerende zaak na een onafgebroken bezit van tien jaar. De andere wijze waarop de eigenaar zijn eigendom verliest is wanneer hij het bezit van de onroerende zaak twintig jaar lang onafgebroken heeft ontbeerd. De bezitter op dát moment verkrijgt de eigendom.
Verkrijgende verjaring raakt echter niet alleen de belangen van de oorspronkelijke eigenaar. Personen ten behoeve van wie de oorspronkelijke eigenaar een beperkt recht heeft gevestigd, moeten zich afvragen wat de invloed van de verjaringsverkrijging is op hun beperkte recht(en). Elders hebben wij betoogd en onderbouwd dat beperkte rechten die op het moment van het bezitsverlies al bestonden, alleen maar tenietgaan indien de bezitter van de onroerende zaak ook het beperkte recht in bezit heeft genomen of een met het beperkte recht strijdige toestand teweeg heeft gebracht.3 In deze bijdrage staan centraal het lot van beperkte rechten die door de oorspronkelijke eigenaar na zijn bezitsverlies zijn gevestigd, en de rol van de notaris en het Kadaster bij de registratie van verjaringsverkrijgingen en het vaststellen van het lot van beperkte rechten in het algemeen.
Aan de hand van de wettelijke regeling, de wetsgeschiedenis, het doel van verkrijgende verjaring en praktische overwegingen betogen wij in deze bijdrage dat beperkte rechten die de oorspronkelijke eigenaar na het bezitsverlies heeft gevestigd, alleen door verkrijgende verjaring tenietgaan als de verjaringsverkrijger ze in bezit heeft genomen of een met het beperkte recht strijdige toestand teweeg heeft gebracht. Hierbij trachten wij aan te tonen dat een vaak verdedigd…