Vormerkung - beslag - uitkering (restant) koopsom aan verkoper
Samenvatting
Beslag gelegd op verkochte onroerende zaak na Vormerkung. Als de levering tijdig (binnen zes maanden na Vormerkung) geschiedt, heeft de verkoper jegens de notaris recht op uitbetaling van de koopsom, casu quo van dat gedeelte daarvan dat resteert na aftrek van hetgeen in ruil voor royement moet worden uitgekeerd aan anterieure hypotheekhouders en beslagleggers. Op de notaris rust niet de verplichting de koopsom of het restant daarvan vast te houden ten behoeve van de posterieure beslaglegger, behoudens in het geval dat die beslaglegger tevens derdenbeslag heeft gelegd onder de koper of de notaris. Geen conversie van rechtswege.
Tekst
1. Casus
Een met hypotheek en beslag belast registergoed wordt vrijwillig verkocht (het beslag hierna aangeduid als anterieur beslag). De desbetreffende koopovereenkomst wordt in de openbare registers ingeschreven (art. 7:3 BW). Na deze Vormerkung legt ABN AMRO ten laste van de verkoper conservatoir beslag op het verkochte maar nog niet geleverde registergoed (hierna: posterieur beslag). ABN AMRO legt geen beslag op de vordering tot voldoening van de (restant) koopsom op de koper, casu quo de notaris (geen derdenbeslag).
Het registergoed wordt nadien, maar binnen zes maanden na de Vormerkung, bij notariële akte geleverd aan de koper. Na aflossing van de bekende hypotheekhouder en de anterieure beslaglegger keert de notaris het restant van de koopsom uit aan de verkoper. ABN AMRO, die zijn posterieure beslag op grond van de Vormerkung na de tijdige levering niet kan handhaven tegen de koper (art. 3, lid 1, aanhef en onderdeel f, BW), heft het beslag op en spreekt vervolgens de notaris aan uit onrechtmatige…