Naar de inhoud

Wijziging van hoedanigheid van procespartijen gedurende een erfrechtprocedure

Samenvatting

Schuldeisers van de nalatenschap kunnen een gerechtelijke procedure starten om hun vordering in rechte vast te stellen of een executoriale titel te verkrijgen. Bij het aanhangig maken van een dergelijke procedure moeten zij zich terdege bewust zijn van de procesrechtelijke hoedanigheden van alle procespartijen. Het dagvaarden van een partij in een verkeerde hoedanigheid kan leiden tot niet-ontvankelijkheid jegens die partij. Daarnaast kunnen tijdens een procedure procespartijen van hoedanigheid veranderen of verdwijnen en kunnen ‘nieuwe’ partijen opkomen.

Tekst

1. Inleiding

Wijzigingen van hoedanigheid gedurende de afwikkeling van de nalatenschap is in een procesrechtelijke erfrechtpraktijk aan de orde van de dag. Gevolg van deze wijziging van hoedanigheid is dat regelmatig vorderingen die voor de (kanton)rechter komen noodgedwongen ter zitting worden gewijzigd of ingetrokken, dan wel door de rechter afgewezen worden vanwege het feit dat de procespartij niet bevoegd is te procederen of getracht wordt de vordering te verhalen op een partij die is veranderd van hoedanigheid. De wijzigingen van hoedanigheid en procesrechtelijke gevolgen daarvan worden aan de hand van een casus uiteengezet.

2. De casus

Erflater is overleden met achterlating van twee kinderen, die hij bij testament in 2005 als zijn enige erfgenamen heeft benoemd. De erfgenamen hebben de nalatenschap beneficiair aanvaard. Als executeur heeft erflater een goede vriend benoemd die in nauwe relatie tot de familie stond. Het testament voorziet niet in de mogelijkheid tot opvolging van een gedefungeerde executeur. De executeur heeft zijn taak aanvaard en een ‘ruimschoots-verklaring’ afgelegd.

X, schuldeiser van de nalatenschap, heeft een vordering op de nalatenschap en besluit tot dagvaarding over te gaan. X dagvaardt de executeur, alsmede de…