Winstuitdeling doordat dga grond heeft verkocht die in eigendom was van vennootschap
Samenvatting
Belanghebbende, directeur en 100% aandeelhouder van X bv, heeft de eigendom verkregen van twee panden met 1.430 m² grond. Daarvan heeft hij één pand en 600 m² grond overgedragen aan X bv. X bv heeft deze geactiveerd op zijn balans tegen de aankoopwaarde. Vervolgens heeft X bv het pand en 366m² grond verkocht en de verkoopopbrengst daarvan verantwoord. Voor de resterende grond, 234 m², heeft de vennootschap geen verkoopopbrengst verantwoord. Belanghebbende blijkt 1.039 m² grond verkocht te hebben, terwijl hij, na overdracht aan X bv, 830 m² in eigendom had. De inspecteur ontdekte dit bij een onderzoek bij de vennootschap en legde onderhavige, in geschil zijnde navorderingsaanslag IB/PVV op. De rechtbank concludeert met de inspecteur dat belanghebbende derhalve grond moet hebben verkocht die in eigendom was van X bv. Omdat X bv de opbrengst hiervan niet heeft genoten, maar zijn aandeelhouder, is er sprake van een uitdeling. Zowel de vennootschap als haar aandeelhouder moet zich, naar het oordeel van de rechtbank, bewust zijn geweest van deze bevoordeling van de aandeelhouder. Verder is de rechtbank het eens met de waarde die de inspecteur voor de grond in aanmerking heeft genomen. Dat deze grond minder waard zou zijn, zoals belanghebbende stelt, is nergens uit gebleken.
(Beroep ongegrond.)
Commentaar
Een op het oog klassiek geval van een winstuitdeling waarbij de feitelijke constellatie bijna niet anders kan worden geduid dan zoals de rechtbank heeft gedaan. Immers, de dga heeft twee petten op: die van grondeigenaar en die van directeur van zijn bv, in welk geval al snel bewustheid van…