Het Parapluplan Datacenters Uithoorn: netcongestie, Dienstenrichtlijn en een deugdelijke belangenafweging
In een uitspraak van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State van 5 augustus 2026 (ECLI:NL:RVS:2026:4589) wordt het Parapluplan Datacenters van de gemeente Uithoorn onder de loep genomen. Nieuwe datacenters in de Provincie Noord-Holland worden ingevolge een provinciale instructieregel in de Omgevingsverordening geweerd, buiten daartoe aangewezen clusters. Dat heeft met name te maken met de netcongestieproblematiek en daarmee samenhangende ruimtelijke effecten.
De gemeenteraad heeft daarop het Parapluplan Datacenters vastgesteld en in de gehele gemeentelijk grondgebied het gebruiken of laten gebruiken van gronden of bebouwing als een datacenter met een oppervlakte van 2.000 m2 en waarvan het elektrisch aansluitvermogen meer dan 5 MVA bedraagt, als strijdig gebruik aangemerkt.
Tegen het vaststellingsbesluit zijn twee appellanten opgekomen. Partij BACT betoogde dat het verbod op datacenters in Uithoorn in strijd is met artikel 15 Dienstenrichtlijn. Artikel 6.21c, eerste lid, van de Omgevingsverordening NH2020 vormt evenmin een rechtvaardiging voor het verbod en is daarmee ook in strijd met de Dienstenrichtlijn.
Tevens vindt BACT dat met haar belangen onvoldoende rekening is gehouden, nu zij over een vergunning beschikt om op haar perceel een datacenter te bouwen. Met het bestemmingsplan zou van die vergunning geen gebruik gemaakt kunnen worden.
De uitspraak is interessant vanwege de overwegingen over de actualiteit rond datacenters, netcongestie en het provinciaal clusteringsbeleid in samenhang met de Dienstenrichtlijn. Niet de Dienstenrichtlijn, maar de aloude volledige belangenafwegingsplicht leidt echter uiteindelijk tot vernietiging van een onderdeel van het bestemmingsplan.
Dienstenrichtlijn
De Afdeling overwoog in de uitspraak dat de beperking voor het oprichten van datacenters moet worden aangemerkt als een "eis" in de vorm van een territoriale beperking als bedoeld in artikel 15 van de Dienstenrichtlijn. In dat licht moest worden beoordeeld of artikel 6.21c van de Omgevingsverordening buiten toepassing gelaten moet worden of onverbindend verklaard moet worden, wegens strijd met de Dienstenrichtlijn. Vervolgens diende beoordeeld te worden of de eis gerechtvaardigd is en of deze noodzakelijk en evenredig is. Daarbij werd ook getoetst of artikel 6.21c, eerste lid, van de Omgevingsverordening, geschikt en noodzakelijk is om het nagestreefde doel te bereiken. Na deze exceptieve toets van de provinciale instructieregel werd tot slot beoordeeld of het bestemmingsplan in strijd met artikel 15 van de Dienstenrichtlijn is vastgesteld.
Exceptieve toetsing van de instructieregel
BACT voerde aan dat het voorkomen van overbelasting op het elektriciteitsnetwerk geen ruimtelijk belang is dat kan meewegen bij de vaststelling van een instructieregeling in het kader van een goede ruimtelijke ordening. Volgens BACT is de mogelijkheid van het verkrijgen van een elektriciteitsaansluiting en transport exclusief geregeld in de Elektriciteitswet 1998. Omdat het belang van het voorkomen van netcongestie daarom niet betrokken kan worden kan dit volgens BACT ook geen dwingende reden van algemeen belang zijn.
De Afdeling overwoog dat sprake is van een dwingende reden van algemeen belang als een eis wordt gesteld met het oog op de bescherming van het stedelijk milieu. Een goede ruimtelijke ordening, waartoe een provinciale instructieregel moet strekken, kan in dat licht een dwingende reden van algemeen belang vormen.
In de Omgevingsverordening is bepaald dat een ruimtelijk plan in het werkingsgebied "datacenters uitgesloten", niet voorziet in nieuwe datacenters. In de toelichting wordt verwezen naar de "Datacenterstrategie Noord-Holland 2022-2024". Beoogd is om de datacenters ruimtelijk te clusteren en elders te verbieden. Het clusteren is bedoeld om een goed woon- en leefklimaat te waarborgen, de impact van datacenters op het landschap, het watersysteem en de natuur te beperken en om overbelasting op het elektriciteitsnetwerk te voorkomen; zo staat in dat stuk beschreven.
Bij de nieuwvestiging van datacenters is in Noord-Holland vrijwel altijd een uitbreiding van de transportcapaciteit van het elektriciteitsnetwerk nodig. Die verzwaring van het elektriciteitsnetwerk gaat gepaard met het uitbreiden van bestaande of het bouwen van nieuwe infrastructuur in de vorm van, onder meer, boven- en ondergrondse kabels en (hoogspannings-)stations. Dit heeft een forse impact op de omgeving in de vorm van bijvoorbeeld ruimtegebruik, uitzicht, geluid en veiligheid. Ook vergt het realiseren van zulke infrastructuur inspanningen van netbeheerders, die zich hierdoor niet bezig kunnen houden met hun aandeel in het verhelpen van knelpunten die nodig zijn om andere ruimtelijke ontwikkelingen mogelijk te maken. Het ruimtelijk relevante aspect van netcongestie juist gelegen in die gevolgen, aldus de Provincie.
Met de instructieregel is dus beoogd om datacenters te clusteren gelet op meerdere ruimtelijke belangen, waaronder het beperken van de voor datacenters benodigde infrastructuur tot specifieke clustergebieden om daarmee de ruimtelijke gevolgen van die infrastructuur en de effecten die deze voor andere ruimtelijke ontwikkelingen met zich brengt, te beperken.
Gelet op deze toelichting van de Provincie oordeelde de Afdeling dat de instructieregel in overeenstemming is met het bepaalde in artikel 4.1, eerste lid, van de Wro. Dat in de Elektriciteitswet 1998 bepalingen zijn opgenomen over aansluiting op en transport van elektriciteit, staat daar los van en leidt niet tot een andere conclusie.
Evenredigheid in de zin van artikel 15 Dienstenrichtlijn, houdt wat betreft de beoordeling van de vraag of de eis geschikt is om het doel te bereiken, verder in dat de eis het doel op een coherente en systematische wijze moet nastreven (zie het arrest van het Hof van Justitie van 20 juni 2024, S.N. e.a., ECLI:EU:C:2024:530, punt 76).
De Afdeling heeft op basis van de overige toelichtingen van de Provincie over het hoe en waarom van clusteren geoordeeld dat het doel op die coherente en systematische wijze wordt nagestreefd. De eis dient een dwingende reden van algemeen belang, is noodzakelijk en evenredig, en gerechtvaardigd op grond van artikel 15 Dienstenrichtlijn.
Om die reden oordeelt de Afdeling dat de instructieregel en daarmee het bestemmingsplan niet met de Dienstenrichtlijn in strijd zijn.
De belangen van BACT
Waar het wel misgaat voor de gemeente is bij de afweging van de concrete belangen van BACT. Op het moment van de vaststelling van het bestemmingsplan beschikte BACT namelijk over een van rechtswege verleende omgevingsvergunning voor de bouw van een datacenter op haar perceel.
Een niet onherroepelijke omgevingsvergunning vormt een zwaarwegend belang dat de raad moet betrekken bij de besluitvorming. Beoordeeld moet worden in hoeverre de raad nog de mogelijkheid had om over dat belang een eigen afweging te maken.
De raad had gelet op de provinciale instructieregel geen beleidsruimte om die eigen afweging te maken bij de beantwoording van de vraag of het voor een goede ruimtelijke ordening noodzakelijk is om de nieuwvestiging van datacenters op het perceel van BACT in het bestemmingsplan als strijdig gebruik aan te merken.
Het standpunt van de raad dat hij geen enkele mogelijkheid had om rekening te houden met de belangen van BACT, kan de Afdeling echter niet volgen. De raad had namelijk niet onderkend dat hier geen sprake is van een "nieuw datacenter" zoals is bedoeld in de instructieregel, maar een "bestaand datacenter". De instructieregel is in werking getreden nadat BACT al beschikte over de omgevingsvergunning. De raad is er naar het oordeel van de Afdeling dan ook ten onrechte van uitgegaan dat hij op grond van de instructieregel gehouden was om het bouwplan van BACT te verbieden. Het bestemmingsplan was op dat onderdeel dus ondeugdelijk gemotiveerd. De raad was ook niet ingegaan op de specifieke situatie op het perceel van BACT en had zich geen rekenschap gegeven van de aan BACT verleende omgevingsvergunning.
Conclusie
Het bestemmingsplan en de provinciale instructieregel zijn in overeenstemming met de Dienstenrichtlijn. Netcongestie en een goede ruimtelijke ordening zijn in casu voldoende met elkaar verweven, waardoor gerechtvaardigde eisen kunnen worden gesteld aan het al dan niet toelaten van nieuwe datacenters. Dat laat echter onverlet dat de gemeenteraad alle relevante belangen kenbaar en zorgvuldig in kaart moet brengen en moet afwegen, voordat ongemotiveerd een instructieregel klakkeloos wordt overgenomen.
Mr. M.F.A. (Marieke) Dankbaar, advocaat Pot Jonker Advocaten N.V.
Voor meer informatie kunt u contact opnemen met Marieke Dankbaar (tel. 0235530236), dankbaar@potjonker.nl of één van de andere advocaten van de sectie Bestuurs- en Overheidsrecht van Pot Jonker Advocaten.