5. Instrumenten voor (gedeeltelijk) arbeidsongeschikten met een uitkering op grond van Ziektewet, WAO, WAZ, Wet WIA of Wet Wajong, 5.5.3. Welke meeneembare voorzieningen zijn er?(Ziekte en re-integratie)
Deze paragraaf is bijgewerkt tot 3 maart 2014
Volgens art. 35, lid 2, onderdeel c, Wet WIA gaat het om voorzieningen ten behoeve van de inrichting van de arbeidsplaats, de productie- en werkmethoden, de inrichting van de opleidingsplaats of de proefplaats, en de bij de arbeid of opleiding te gebruiken hulpmiddelen. Het gaat om voorzieningen die in overwegende mate op het individu van de werknemer zijn afgestemd. Het UWV zal dan ook bij de toekenning van de voorziening zo veel mogelijk rekening houden met de specifieke belemmeringen die de werknemer of jonggehandicapte door zijn ziekte of handicap ondervindt. De voorziening is zo veel mogelijk afgestemd op de individuele situatie.
Voorbeelden van dit soort voorzieningen zijn: een aangepaste bureaustoel, een computer, een brailleleesregel, een hoortoestel of orthopedische werkschoenen.
De voorzieningen moeten meegenomen kunnen worden naar een andere werkgever of een andere opleidingslocatie. Voorzieningen die niet meeneembaar zijn, moeten door de werkgever worden aangeschaft. Het UWV kan dan de kosten hiervan aan de werkgever vergoeden (zie hoofdstuk 2.9).
Hoortoestel
Hoortoestellen worden doorgaans vergoed door de zorgverzekeraar. Als de zorgverzekeraar het hoortoestel slechts gedeeltelijk vergoed, kan het UWV het restant bijpassen, onder voorwaarde dat het resterende bedrag niet uitkomt boven het normbedrag dat in de Beleidsregels UWV normbedragen voorzieningen januari 2012 is opgenomen (een bedrag van € 700 per hoortoestel). Een andere voorwaarde is dat het hoortoestel nodig is in de werksfeer. Hoortoestellen die nodig zijn om onderwijs te kunnen volgen, worden niet door het UWV vergoed.
De Centrale Raad van Beroep is van mening dat het maximeren van de aanvullende vergoeding in beginsel niet onredelijk is, maar wijst erop…