Naar de inhoud

Art. - De Wet gemeenschappelijke regelingen nu goed geregeld?

Publiekrechtelijke samenwerking tussen overheden is geregeld in de Wet gemeenschappelijke regelingen (hierna: Wgr). Deze wet is niet de gemakkelijkste wet in de zin van prettig leesbaar. Om met Cruyff te spreken: de niet-ingewijde lezer gaat het pas zien als hij het doorheeft. In de wet zit een verwijzingssystematiek naar de samenwerkingsvorm tussen gemeenten als basisvorm en voor zover er zaken niet geregeld zijn wordt teruggevallen op de regeling van het gemeente- en provinciebestuur van voor de dualisering. De in dit artikel te bespreken wetswijziging zal hierin een belangrijke wijziging aanbrengen. Daarnaast biedt deze wetswijziging een nieuwe samenwerkingsvorm, de bedrijfsvoeringsorganisatie, en een aantal voor de praktijk handige verduidelijkingen en verbeteringen. Alvorens de belangrijkste wijzigingen te bespreken wordt eerst in het kort de (opzet van de) Wgr nog eens uiteengezet. Vervolgens wordt nog uitgebreid ingegaan op wat ik publicatieperikelen noem. De inwerkingtreding van de wetswijziging is voorzien op 1 januari 2015.1

De Wet gemeenschappelijke regelingen in het kort1

De publiekrechtelijke samenwerkingsvormen zijn geregeld in de Wgr. Er zijn vier vormen, waarvan drie expliciet in de wet zijn genoemd. De meest verstrekkende en meest voorkomende vorm is het openbaar lichaam. Dit heeft rechtspersoonlijkheid en een gelaagd bestuur in de vorm van een algemeen bestuur en een dagelijks bestuur. De omgevingsdiensten zijn bijna zonder uitzondering vorm gegeven als openbaar lichaam op basis van de Wgr. Een bijzondere vorm van een openbaar lichaam op basis van de Wgr zijn de plusregio’s.2 Een minder vergaande vorm is het gemeenschappelijk orgaan. Deze samenwerkingsvorm mist rechtspersoonlijkheid en heeft slechts een enkelvoudig bestuur. Een voorbeeld is de gemeenschappelijke rekenkamer. De…