Bepaling van de omvang van de zakelijke goodwill bij geruisloze inbreng (1998.35.3886)
A drijft een maatschap met twee notarissen. Hij wil zijn aandeel in de maatschap op de voet van art. 18 Wet IB geruisloos inbrengen in een BV. Voor de berekening van het te plaatsen kapitaal houdt A rekening met goodwill. Die blijkt volgens hem uit het feit dat bij zijn toetreden tot de maatschap een inverdienregeling is gehanteerd. Verder pleegt een opvolger onder deze omstandigheden een ruimere vergoeding te betalen voor de overname van lopende zaken. Dit laatste kan gezien worden als een verkapte goodwillbetaling.
Voor het Hof…
| Wetgeving | |
|---|---|
| Jurisprudentie | |
| Officiële publicaties | |
| Europese regelgeving | |
| Soort nieuws | Literatuur |
| Publicatiedatum | 26-05-2009 |
| Nummer | 1998/0534 |