Betaalde premies voor vrijwillige ANW-vangnetverzekering zijn niet altijd aftrekbaar
Samenvatting
Belanghebbende is in loondienst van een schildersbedrijf dat is aangesloten bij een stichting Bedrijfstakpensioenfonds (Bpf). Belanghebbende sloot in 1996 vrijwillig een ANW-vangnetverzekering af bij het Bpf die voorziet in een inkomensvoorziening ten behoeve van de echtgenote van belanghebbende na diens overlijden. De werkgever neemt niet deel aan deze verzekering. In 2003 heeft belanghebbende het door hem betaalde bedrag aan premies van € 959 afgetrokken als lijfrentepremie. De inspecteur heeft dit geweigerd.
Met Rechtbank Haarlem is het hof van oordeel dat nu de verzekering door belanghebbende zelf vrijwillig is afgesloten en de premiebetaling geheel buiten zijn werkgever om verloopt, het direct verband tussen de afgesloten verzekering en een dienstbetrekking ontbreekt. De premies kunnen dan ook niet als negatief loon in aftrek worden gebracht. De verzekering voldoet evenmin aan de wettelijke eisen van een lijfrenteverzekering, waaronder met name het afkoopverbod. Het niet toelaatbaar zijn van aftrek van premies als hier aan de orde, welke rechtstreeks voortvloeit uit een wet in formele zin en waarbij de inspecteur geen beleidsvrijheid heeft, is niet in strijd met het evenredigheidsbeginsel. Het beroep van belanghebbende op ‘omgekeerde’ fraus legis faalt, omdat belastingverijdeling door de Belastingdienst zich niet kan voordoen.
(Hoger beroep ongegrond.)
Commentaar
Op 1 juli 1996 werd de Algemene Weduwen- en Wezenwet (AWW) vervangen door de Algemene nabestaandenwet (Anw). Dit was een bezuinigingsmaatregel, een uitkering onder het regime van de Anw is dus minder gunstig dan onder de AWW. Het verschil in dekking wordt wel het Anw-gat of Anw-hiaat genoemd. Door middel van een Anw-vangnetverzekering kan een aanvulling worden verkregen op de Anw-…