Bodemverontreiniging staat bouw van woningen en woonzorgcomplex niet in de weg
Bestemmingsplan
ECLI:NL:RVS:2013:CA2078
Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State
5 juni 2013
201300903/1/T1/R6
van Diepenbeek, Mondt-Schouten, Hoekstra
Woningbouw. Uitvoerbaarheid. Bodemverontreiniging.
[Art. 3.1 Wro]
Bij besluit van 1 november 2012 heeft de raad het bestemmingsplan "Haven, fase 2 (zuid)" vastgesteld. Het plan voorziet in de bouw van ongeveer 100 woningen en een woonzorgcomplex met kantoorruimte, eerstelijnszorg en ongeveer 60 appartementen op een voormalig bedrijventerrein.
Door appellanten is onvoldoende weersproken dat volgens het onderzoek uit 2008 en de actualisering hiervan in 2011 het perceel niet verontreinigd is en dat ook geen verspreiding van de verontreiniging elders naar dit perceel te verwachten valt. Bovendien heeft hij niet onderbouwd dat een eventuele verontreiniging van zijn perceel aan de uitvoerbaarheid van het plan in de weg zou staan.
Niet is weersproken dat het college van gedeputeerde staten in zijn beschikkingen op grond van de Wet bodembescherming uit 2009 en 2012 heeft geconstateerd dat geen sprake is van risico’s voor de volksgezondheid als gevolg van de verontreiniging van een deel van het plangebied. Voor zover is gesteld dat een indicatie van de kosten van de sanering ontbreekt, is van belang dat de grondexploitatieberekening een raming van deze kosten bevat.
appellanten,
en
de raad van de gemeente Katwijk, verweerder.