Naar de inhoud

Commentaar op Besluit Gedragstoezicht financiële ondernemingen Wft art. 53 (OR-financieelrecht) en (OR financieelrecht II AMvBs)


Commentaar is bijgewerkt tot 18-02-2017 door mw. mr. J.M. van Poelgeest

Artikel 53 Tekst van de hele regeling

1.

Indien een financiële onderneming in een reclame-uiting over krediet melding maakt van een debetrentevoet of andere gegevens betreffende de kosten van een krediet, verstrekt zij daarbij tevens informatie over:

  1. de vaste of variabele debetrentevoet en de andere kosten die deel uitmaken van de totale kosten van het krediet voor de consument;

  2. het totale kredietbedrag;

  3. het jaarlijks kostenpercentage;

  4. de identiteit en het adres van de aanbieder van krediet of van de bemiddelaar inzake krediet; en, indien van toepassing,

  5. de duur van de kredietovereenkomst;

  6. in geval van goederenkrediet, de contante waarde en contante betalingen, genoemd in de definitie van kredietsom in artikel 1;

  7. het totale door de consument te betalen bedrag;

  8. het aantal termijnen en de termijnbedragen;

  9. in geval van hypothecair krediet, dat de kredietovereenkomst gewaarborgd wordt door een hypotheek of vergelijkbare zekerheid, danwel een recht op voor bewoning bestemde onroerende zaken en in voorkomend geval een waarschuwing dat schommelingen van de wisselkoers van invloed kunnen zijn op het door de consument te betalen bedrag.

2.

Indien het sluiten van een overeenkomst voor een nevendienst verplicht is om het krediet op de in de reclame-uiting genoemde voorwaarden te verkrijgen, en de kosten voor die nevendienst vooraf niet kunnen worden bepaald, wordt de verplichting tot het sluiten van die overeenkomst op een duidelijke, beknopte en opvallende wijze, tezamen met het jaarlijks kostenpercentage vermeld.

3.

De informatie, bedoeld in het eerste lid, heeft alleen betrekking op kredieten die representatief zijn voor de kredieten die feitelijk door de financiële onderneming worden verstrekt.

4.

Een financiële onderneming geeft de informatie, bedoeld in het eerste lid, en de vermelding, bedoeld in het tweede lid, indien deze wordt verstrekt in een reclame-uiting over krediet, anders dan via de televisie of radio, gecombineerd weer in een tabel waarin geen andere informatie wordt opgenomen.

5.

Indien een financiële onderneming in een reclame-uiting over krediet reclame maakt voor met krediet aan te schaffen goederen of diensten, verstrekt zij daarbij de informatie, bedoeld in het eerste lid.

6.

Indien een reclame-uiting betrekking heeft op een krediet met een debetrentevoet die voor een beperkte duur of een beperkt deel van het krediet geldt, wordt bij het verstrekken van de informatie, bedoeld in het eerste lid, onderdeel a, de hoogste debetrentevoet in aanmerking genomen. Bij een krediet met een variabele debetrentevoet die voor beperkte duur of een beperkt deel van het krediet afwijkt van de variabele debetrentevoet die op het moment van het doen van de reclame-uiting geldt voor overeenkomsten over krediet van gelijke soort, omvang en duur, wordt bij het verstrekken van de informatie, bedoeld in het eerste lid, onderdeel a, de hoogste van genoemde variabele debetrentevoeten genoemd.

7.

Een financiële onderneming neemt in een reclame-uiting over krediet een waarschuwing op met betrekking tot de gevolgen die aan het krediet zijn verbonden, tenzij het een reclame-uiting voor hypothecair krediet betreft waarbij geen relatie met een ander bestedingsdoel wordt gelegd dan de verwerving van de eigen woning.

8.

Een financiële onderneming neemt in een reclame-uiting over hypothecair krediet met een variabele debetrentevoet een waarschuwing op met betrekking tot de risico’s die aan een dergelijk krediet zijn verbonden.

9.

Een financiële onderneming:

  1. neemt in een reclame-uiting over krediet geen mededelingen op die gericht zijn op het gemak of de snelheid waarmee het krediet wordt verstrekt;

  2. brengt in een reclame-uiting over krediet niet tot uiting dat lopende overeenkomsten inzake krediet bij de beoordeling van een kredietaanvraag geen of een ondergeschikte rol spelen;

  3. brengt in een reclame-uiting over krediet niet tot uiting dat met een negatieve uitkomst van de raadpleging van het stelsel van kredietregistratie of anderszins in afwijking van de geldende gedragscode toch een krediet kan worden verkregen; en

  4. geeft in een reclame-uiting over krediet geen kenmerken van het krediet weer waarin fiscale voordelen zijn verwerkt.

10.

Indien een financiële onderneming in een reclame-uiting informatie als bedoeld in het eerste of tweede lid of informatie over een specifiek product verstrekt over een krediet, verstrekt zij daarbij informatie over de verkrijgbaarheid van de informatie, bedoeld in artikel 4:33, eerste lid, van de wet. De eerste volzin is niet van toepassing op reclame-uitingen over krediet, voorzover het krediet onderdeel uitmaakt van een complex product.

11.

Indien een financiële onderneming informatie verstrekt over de kenmerken van het krediet, bedoeld in het eerste lid en tweede lid, is het vierde lid van overeenkomstige toepassing.

12.

Artikel 49, eerste lid, eerste volzin, is niet van toepassing op het verstrekken van informatie in een reclame-uiting als bedoeld in dit artikel.

13.

Indien een financiële onderneming in een reclame-uiting over effectenkrediet melding maakt van een debetrentevoet of andere gegevens betreffende de kosten van een effectenkrediet, meldt zij tevens:

  1. dat een doorlopend krediet wordt verleend of toegezegd tegen onderpand van financiële instrumenten, en de kredietlimiet afhankelijk is van de waarde daarvan;

  2. de vaste of variabele debetrentevoet en de andere kosten die deel uitmaken van de totale kosten van het effectenkrediet; en

  3. indien een contract voor een nevendienst verplicht is om het effectenkrediet, in voorkomend geval op de geadverteerde voorwaarden te verkrijgen, en de kosten van die dienst niet vooraf bepaald kunnen worden, de verplichting tot het sluiten van die overeenkomst op een duidelijke, beknopte en opvallende wijze,

14.

Onverminderd het eerste tot en met twaalfde lid meldt een bemiddelaar in krediet in een reclame-uiting over krediet tevens dat hij:

  1. adviseert op grond van een objectieve analyse;

  2. een contractuele verplichting heeft uitsluitend voor een of meer aanbieders te bemiddelen; of

  3. geen contractuele verplichting heeft uitsluitend voor een of meer aanbieders te bemiddelen en hij niet adviseert op grond van een objectieve analyse.

A: Inleiding

Wat betreft wetsgeschiedenis en jurisprudentie tot heden bijgewerkt.

B: Wetstechnische informatie

Voor de wetstechnische informatie verwijzen wij u naar de historische informatie bij Artikel 53.

C: Kernproblematiek

Artikel 53 Bgfo bevat bepalingen met betrekking tot het verstrekken van informatie in reclame-uitingen over krediet. Het doel van deze regels is de consument ook in de wervende fase een adequaat beeld te geven van een kredietproduct. Een reclame-uiting is iedere vorm van informatieverstrekking die dient ter aanprijzing van of een wervend karakter kent ter zake van een bepaalde financiële dienst of een financieel product.

Op grond van het eerste lid moet bepaalde informatie worden opgenomen in reclame-uitingen over krediet als informatie wordt gegeven met betrekking tot de kosten van het krediet. Lid 1 betreft ook een implementatie van de Richtlijn consumentenkrediet en de Richtlijn hypothecair krediet. 1

Het tweede lid verplicht de financiële onderneming om, indien het sluiten van een overeenkomst voor een nevendienst verplicht is, het krediet te verkrijgen op de voorwaarden vermeld in de reclame-uiting, en indien de kosten niet vooraf kunnen worden bepaald de verplichting tot het sluiten van die overeenkomst op een duidelijke, beknopte en opvallende wijze, tezamen met de vermelding van het jaarlijks kostenpercentage. Hierbij kan bijvoorbeeld worden gedacht aan een verplichte verzekering.2

Het derde lid verplicht de financiële onderneming te adverteren met (voorbeelden van) kredieten die representatief zijn voor de kredieten die normaal door haar worden verstrekt. Zo moet worden voorkomen dat consumenten met aantrekkelijke rentepercentages en maandlasten worden gelokt, terwijl die percentages alleen gelden voor kredieten die niet of nauwelijks door consumenten worden afgenomen.3

Het vierde lid bepaalt dat als een financiële onderneming in een reclame-uiting over krediet anders dan via de televisie of radio, informatie over de debetrentevoet of andere gegevens betreffende de kosten van een krediet verstrekt, alle in lid 1 genoemde informatie en de in lid 2 genoemde vermelding moeten worden opgenomen in een krediettabel.4 De AFM heeft een voorbeeld van een krediettabel opgesteld. De AFM heeft in een nieuwsbrief en veelgestelde vragen op de website van de AFM verduidelijkt dat de krediettabel ook bij hypothecair krediet moet worden opgenomen.5 Deze regel geldt ook voor 'banners'.6 Aangezien het invoegen van een tabel daarbij lastig is, is het opnemen van een debetrentevoet daar niet praktisch. De krediettabel moet blijkens lid 11 ook worden opgenomen als informatie over de kenmerken van het krediet wordt gegeven zoals vermeld in het eerste en tweede lid.

Het vijfde lid verplicht de financiële onderneming die in een reclame-uiting over krediet, reclame maakt voor met krediet aan te schaffen goederen of diensten, daarbij ook de uitgebreide in lid 1 genoemde informatie te verstrekken. 

In lid 6 is een regel opgenomen voor situaties waarin de financiële onderneming adverteert voor een krediet met een debetrentevoet die voor een beperkte duur of een beperkt deel van het krediet geldt of voor een variabele debetrentevoet die afwijkt van de rente die op dat moment  voor gelijksoortige overeenkomsten geldt. De onderneming moet dan de hoogste debetrentevoet noemen, zodat de consumenten niet verleid/misleid worden door het tijdelijke voordelige tarief. Kredietovereenkomsten worden meestal voor langere duur gesloten en de consument moet een adequate beslissing nemen over het aangaan van een krediet op basis van een reëel tarief dat gedurende de looptijd van de kredietovereenkomst gaat gelden.

In lid 7 is opgenomen dat een in reclame-uitingen over krediet een waarschuwing moet worden opgenomen met betrekking tot de gevolgen die aan het krediet zijn verbonden. Deze regel is niet van toepassing als het gaat om reclame voor hypothecair krediet en er geen relatie met een ander bestedingsdoel is dan het verwerven van de eigen woning. Dit is in de praktijk een belangrijke regel die nader is uitgewerkt in 2:2 van de Nadere regeling gedragstoezicht financiële ondernemingen Wft. Reclame-uitingen zijn niet alleen specifiek wervende reclames in de traditionele zin, maar ook bijvoorbeeld de website van een kredietaanbieder of kredietbemiddelaar zal deze waarschuwing moeten tonen.7 De waarschuwing is door de AFM gestandaardiseerd en het format kan op de website van de AFM worden gedownload.8

Lid 8 verplicht de financiële onderneming in een reclame-uiting over hypothecair krediet met een variabele debetrentevoet een waarschuwing op te nemen met betrekking tot de gevolgen die aan het krediet zijn verbonden.9

In lid 9 is een aantal verboden opgenomen. De financiële onderneming mag bijvoorbeeld geen mededelingen in de reclame-uiting opnemen over het gemak of de snelheid waarmee een krediet wordt verstrekt. Ook mag niet worden gewezen op fiscale voordelen.

Uit lid 10 volgt dat als reclame wordt gemaakt voor een specifiek product, moet worden gewezen op de verkrijgbaarheid van informatie over het krediet. Hierbij kan worden gedacht aan de standaard precontractuele informatie die kredietverstrekkers moeten verstrekken.

Voor effectenkrediet gelden specifieke reclameregels.

Als een bemiddelaar reclame maakt voor krediet, neemt de bemiddelaar op grond van lid 14 informatie op over zijn positie en rol. Dit onderdeel implementeert artikel 21 van de Richtlijn consumentenkrediet.10

1
Richtlijn 2008/48/EG en Richtlijn 2014/17/EU. Zie tevens Stb. 2011, 247, p. 24 e.v. De vanaf de implementatie van de Richtlijn hypothecair krediet op te nemen waarschuwing over wisselkoersschommelingen, hoeft alleen opgenomen te worden als deze van toepassing is (als het krediet in vreemde valuta is). Het onderdeel over de identiteit en het adres is opgenomen in verband met de implementatie van de richtlijn hypothecair krediet, maar geldt ook voor consumptief krediet ( Stb. 2016, 266, p. 50).
3
Zie hierover bijvoorbeeld het Rapport van de Commissie van Onderzoek DSB bank, p. 123: www.rijksoverheid.nl/documenten/rapporten/2010/06/29/rapport-van-de-commissie-van-onderzoek-dsb-bank.
4
In de Richtlijn consumentenkrediet en de richtlijn hypothecair krediet staat 'een rentevoet of cijfers betreffende de kosten van het krediet'. De interpretatie van de AFM is dat onder 'andere gegevens betreffende de kosten van het krediet' ook een (krediet)maandtermijn valt. Voor Caribisch Nederland is dit ook op de website van de AFM opgenomen: https://www.afm.nl/nl-nl/professionals/veelgestelde-vragen/caribisch-nederland-wetgeving/kredietreclames-krediettabel.De in dit lid genoemde verplichting om een krediettabel op te nemen, geldt sinds 1 januari 2017 ook voor de telecomsector. Zie hierover ook: https://www.afm.nl/nl-nl/professionals/nieuws/2017/jan/eisen-reclame-mobiele-telefoons
5
AFM nieuwsbrief financiële dienstverleners, 14 februari 2014: http://afm.m13.mailplus.nl/archief/mailing-418068.html#krediettabel en het door de AFM gepubliceerde document: 'De krediettabel bij reclame over hypothecair krediet. Vragen en antwoorden over de krediettabel'.
6
Zie hierover ook de beleidsregel informatieverstrekking van de AFM: www.afm.nl/beleidsregel-informatieverstrekking.
7
De verplichting om een kredietwaarschuwing op te nemen geldt sinds 1 januari 2017 ook voor de telecomsector. Zie hierover ook: https://www.afm.nl/nl-nl/professionals/nieuws/2017/jan/eisen-reclame-mobiele-telefoons.
8
www.afm.nl/nl-nl/professionals/onderwerpen/downloadbestanden-informatieverstrekking.
10
Richtlijn 2008/48/EG. Het implementatiebesluit is gepubliceerd in Stb. 2011, 247.

D: Jurisprudentie uitgebreid

Bij dit artikel is nog geen belangrijke jurisprudentie aanwezig.

E: Jurisprudentie nieuw

Meest recente jurisprudentie over Besluit Gedragstoezicht financiële ondernemingen Wft artikel 53.

F: Literatuurverwijzing

  • J.M. van Poelgeest, Kredietverstrekking aan consumenten, Deventer: Kluwer 2015.
  • R.J. Schotsman (red.), Praktijkgids Wft, Amsterdam: NIBE-SVV 2013.
  • Beleidsregel informatieverstrekking van de AFM.
  • AFM document: Vragen en antwoorden over toezicht van de AFM op telefoonkrediet.
  • AFM onderzoeksrapport: 'Let op! Geld lenen kost geld. Een onderzoek naar de effectiviteit van een waarschuwing in kredietreclames' (december 2016).