Indien inbreng anders dan in geld is overeengekomen, moet hetgeen wordt ingebracht naar economische maatstaven kunnen worden gewaardeerd. Een recht op het verrichten van werk of diensten kan niet worden ingebracht.
Commentaar op Burgerlijk Wetboek Boek 2 art. 80b (OR-algemeen)
Commentaar is bijgewerkt tot 19-11-2017 door mr. H.J. Portengen en mr. N.R.M. Crouwers
Artikel 80b Tekst van de hele regeling
Inbreng anders dan in geld moet onverwijld geschieden na het nemen van het aandeel of na de dag waartegen een bijstorting is uitgeschreven of waarop zij is overeengekomen.
A: Inleiding
Artikel 2:80b BW stelt algemene eisen aan de inbreng anders dan in geld, ook wel inbreng in natura genoemd. Het ingebrachte moet naar economische maatstaven kunnen worden gewaardeerd. Het kan geen recht op het verrichten van werk of diensten betreffen. De inbreng dient onverwijld te geschieden na het nemen van het aandeel of na de dag waartegen een bijstorting is bijgeschreven of waarop zij is overeengekomen.
B: Wetstechnische informatie
Voor de wetstechnische informatie verwijzen wij u naar de wetstechnische informatie van de regeling.
C: Kernproblematiek
C.1: Inbreng in natura
Op voet van artikel 2:80a BW geschiedt de storting op aandelen in geld, tenzij anders is overeengekomen. Een storting anders dan in geld wordt ook wel ‘inbreng in natura’ genoemd. Hierdoor is het mogelijk om in plaats van geld bijvoorbeeld door inbreng van een machine of een kantoorpand aan de stortingsplicht te voldoen. De wet stelt ter bescherming van het kapitaal van de vennootschap een aantal voorschriften aan de inbreng in natura. Het inherente probleem dat aan inbreng in natura is verbonden, is de…