Naar de inhoud

Commentaar op Burgerlijk Wetboek Boek 3 art. 188 (Relatierecht) en (Vermogensrecht)


Commentaar is bijgewerkt tot 13-11-2016 door mr. I.W. van Osch

Artikel 188 Tekst van de hele regeling

1.

Tenzij anders is overeengekomen, zijn deelgenoten verplicht in evenredigheid van hun aandelen elkander de schade te vergoeden die het gevolg is van een uitwinning of stoornis, voortgekomen uit een vóór de verdeling ontstane oorzaak, alsmede, wanneer een vordering voor het volle bedrag is toegedeeld, de schade die voortvloeit uit onvoldoende gegoedheid van de schuldenaar op het ogenblik van de verdeling.

2.

Wordt een deelgenoot door zijn eigen schuld uitgewonnen of gestoord, dan zijn de overige deelgenoten niet verplicht tot vergoeding van zijn schade.

3.

Een verplichting tot vergoeding van schade die voortvloeit uit onvoldoende gegoedheid van de schuldenaar vervalt door verloop van drie jaren na de verdeling en na het opeisbaar worden van de toegedeelde vordering.

4.

Indien verhaal op een deelgenoot voor zijn aandeel in een krachtens het eerste lid verschuldigde schadevergoeding onmogelijk blijkt, wordt het aandeel van ieder der andere deelgenoten naar evenredigheid verhoogd.

A: Inleiding

Wat betreft wetsgeschiedenis en jurisprudentie tot heden bijgewerkt.

B: Wetstechnische informatie

Voor de wetstechnische informatie verwijzen wij u naar de historische informatie bij Artikel 188.

C: Kernproblematiek

C.1: Inleiding

Dit artikel voorziet in een regeling voor het geval een van de deelgenoten schade ondervindt door uitwinning of stoornis ten aanzien van zijn aandeel, voortgekomen uit een vóór de verdeling ontstane oorzaak. De vrijwaringsplicht die leidt tot schadevergoeding, geldt alleen als de uitwinning of stoornis terecht heeft plaatsgevonden. Deze regeling wordt de vrijwaringsregeling genoemd en schept een verbintenis tot schadevergoeding. De vrijwaringsregeling geldt slechts als de oorzaak van de uitwinning of stoornis is gelegen vóór de verdeling. De deelgenoten kunnen overigens voor zowel de schadevergoedingsplicht als onvoldoende gegoedheid een andere regeling treffen.

C.2: Schadeplicht (lid 1)

De schadevergoedingsplicht geldt alleen als de uitwinning of stoornis terecht heeft plaatsgevonden en als gevolg hiervan schade is geleden. Als sprake is van onrechtmatig handelen van een derde, dan moet de schade op de derde worden verhaald. Tevens ziet dit artikel niet op verborgen gebreken (TM, Parl. Gesch. Boek 3, p. 621).

C.3: Uitwinning

Uitwinning door een schuldeiser na verdeling is mogelijk als ten aanzien van een voor rekening van de gemeenschap komende schuld is afgesproken dat alle deelgenoten daarvan een deel voor hun rekening zullen nemen en de schuldeiser voor die schuld een zekerheidsrecht op een goed heeft verkregen. Als één of meerdere deelgenoten hun deel niet voldoen, kan de schuldeiser het goed uitwinnen.

C.4: Stoornis

Met het begrip stoornis wordt bedoeld het gestoord worden in het genot van het goed. Dit kan het geval zijn, indien een derde rechten claimt ten aanzien van het goed, die ten gevolge van de verdeling niet zijn vervallen.

C.5: Onvoldoende gegoedheid

De onvoldoende gegoedheid moet bestaan op het moment van de verdeling. De vaststelling van de verdeling is het moment waarop overeenkomstig artikel 3:186 BW moet worden geleverd.

C.6: Eigen schuld (lid 2)

De overige deelgenoten zijn niet tot schadevergoeding verplicht, indien de schade het gevolg is van eigen schuld van de deelgenoot.

C.7: Vervaltermijn (lid 3)

In lid 3 is de vervaltermijn van drie jaren opgenomen. Deze termijn ziet op de schadevergoedingsplicht wegens onvoldoende gegoedheid van de schuldenaar. De vervaltermijn vangt aan op de dag van verdeling of zoveel later als de betreffende vordering opeisbaar is geworden (MvA II Parl. Gesch. Boek 3, p. 622). Met verdeling zal bedoeld zijn het moment waarop overeenkomstig artikel 3:186 BW geleverd wordt.

C.8: Onmogelijk verhaal (lid 4)

Wanneer een deelgenoot zijn aandeel in de schadevergoeding niet kan voldoen en verhaal op hem onmogelijk blijkt, wordt zijn aandeel in de schadevergoedingsplicht ingevolge lid 4 over de benadeelde en de overige deelgenoten omgeslagen (MvA Parl. Gesch. Boek 3, p. 622).

D: Jurisprudentie uitgebreid

Bij dit artikel is nog geen belangrijke jurisprudentie aanwezig.

E: Jurisprudentie nieuw

Meest recente jurisprudentie over Burgerlijk Wetboek Boek 3 artikel 188.

F: Literatuurverwijzing

  • Zeben, C.J. van, J.W. Du Pon en M.M. Olthof, Parlementaire Geschiedenis van het nieuwe burgerlijk wetboek. Boek 3. Vermogensrecht in het algemeen, Deventer: Kluwer 1981.