Naar de inhoud

Commentaar op Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering art. 118 (Burgerlijkprocesrecht)


Commentaar is bijgewerkt tot 29-05-2017 door mr. J.W. Westenberg

Artikel 118 Tekst van de hele regeling

1.

Oproepingen van derden als partij in het geding geschieden met inachtneming van de voor dagvaarding geldende termijnen. Indien de oproeping niet geschiedt bij hetzelfde exploot waarmee de gedaagde is gedagvaard, wordt het exploot, waarmee de gedaagde is gedagvaard, met de oproeping aan de derde betekend. Artikel 111, tweede lid, aanhef en onderdelen g, h, i, j en k, zijn van overeenkomstige toepassing.

2.

Artikel 128, tweede, zesde en zevende lid, is van overeenkomstige toepassing.

A: Inleiding

Derden kunnen als partij in een geding opgeroepen worden. Dat moet dan bij dagvaarding waarbij de voor die derde geldende oproepingstermijn in acht is genomen. Omdat het om een dagvaardingsprocedure gaat, vinden tevens de voorschriften betreffende het vermelden van een gemachtigde of advocaat uit artikel 111 Rv toepassing alsook die betreffende niet verschijnen en meerdere gedaagden. Als de derde niet bij hetzelfde exploot als de gedaagde wordt opgeroepen, moet de dagvaarding aan de gedaagde meebetekend worden bij oproeping van de derde. De verwijzing naar artikel 128 Rv stelt zeker dat de aldus gedaagde derde op dezelfde wijze wordt behandeld als een normale gedaagde ten aanzien van de mogelijkheden te antwoorden en het verschuldigd zijn van griffierecht.

Na inwerking treden van de wetsvoorstellen KEI komt dit artikel te vervallen. Artikel 30g Rv nieuw bevat echter een gelijksoortige regeling.

B: Wetstechnische informatie

Voor de wetstechnische informatie verwijzen wij u naar de wetstechnische informatie van de regeling.

C: Kernproblematiek

C.1: Om welke derde(n) gaat het…