Naar de inhoud

De bruidsschat en het huwelijksvermogensrecht

een imam is geen notaris Hof Amsterdam 15 november 2016, ECLI:NL:GHAMS:2016:4612

Man en vrouw, beiden van Nederlandse en Turkse nationaliteit, treden in 2013 in Nederland in het huwelijk zonder daaraan voorafgaand huwelijkse voorwaarden en/of een rechtkeuze te maken. Wel maken zij ten overstaan van de imam de afspraak dat de sieraden en het goud die zij ter gelegenheid van hun huwelijk van de families geschonken krijgen – de bruidsschat (in de stukken van het dossier aangeduid als de mihir) – aan de vrouw toebehoren. Helaas is hun huwelijk geen lang leven beschoren: reeds in december 2014 wordt een echtscheidingsverzoek ingediend en in augustus 2015 wordt het huwelijk ontbonden door inschrijving van de echtscheidingsbeschikking in de registers van de burgerlijke stand.

De financiële afwikkeling van de onfortuinlijke relatie verloopt niet zonder slag of stoot, met als gevolg dat het Hof Amsterdam zich (onder andere) moet buigen over de vraag wie is gerechtigd tot de bruidsschat. De vrouw stelt zich op het standpunt dat de bruidsschat op grond van de ten overstaan van de imam gemaakte afspraak niet tot de huwelijksgoederengemeenschap behoort, maar uitsluitend aan haar. Deze stelling vindt – terecht – geen genade in de ogen van het hof, dat allereerst constateert dat de gemeenschap van goederen (behoudens uitsluitingsclausule en verknochtheid) alle goederen der echtgenoten omvat, en vervolgens beslist:

“Tegenover de gemotiveerde betwisting door de man heeft de vrouw niet aangetoond dat partijen voorafgaand aan het huwelijk een overeenkomst zijn aangegaan van de door de vrouw gestelde strekking. De enkele verklaring van {X} (de imam, PB) is daartoe onvoldoende.”