Naar de inhoud

De splitsingsvrijstelling in de overdrachtsbelasting: tijd voor een revisie!

1. Inleiding

In dit artikel ga ik in op diverse aspecten van de vrijstelling overdrachtsbelasting bij splitsing zoals deze is opgenomen in art. 15 lid 1 letter h van de Wet op belastingen van rechtsverkeer (hierna: WBR) juncto art. 5c Uitvoeringsbesluit belastingen van rechtsverkeer (hierna: UBRV). De faciliteit kent een zeer beperkte wetsgeschiedenis en er is tot op heden nauwelijks literatuur en jurisprudentie over deze faciliteit verschenen. Reden te meer deze voor de praktijk belangrijke faciliteit eens aan een nadere beschouwing te onderwerpen. In dit artikel zal ik in onderdelen 2 en 3 het wettelijk kader en de geschiedenis van de totstandkoming van de faciliteit beschrijven. In onderdeel 4 beschrijf ik het object en het subject van de vrijstelling gevolgd door een analyse van de anti-misbruiktoets in onderdeel 5.

In onderdeel 6 sluit ik af met de conclusie en aanbevelingen.

2. Wettelijk kader

Art. 15 lid 1 letter h WBR betreft een vrijstelling overdrachtsbelasting bij fusie, splitsing en interne reorganisatie. De nadere voorwaarden voor toepassing van deze vrijstellingen zijn opgenomen in het UBRV. Art. 5c UBRV bevat de specifieke voorwaarden voor toepassing van de vrijstelling in geval van splitsing van rechtspersonen.

3. De totstandkoming van art. 5c UBRV

Met ingang van 1 februari 1998 is de rechtshandeling van de juridische splitsing opgenomen in het Burgerlijk Wetboek (hierna: BW). Het BW kent twee varianten van splitsing van rechtspersonen. De zuivere splitsing4 en de afsplitsing5. Zuivere splitsing is de rechtshandeling waarbij het vermogen van een rechtspersoon die bij de splitsing ophoudt te bestaan onder algemene titel wordt verkregen door twee of meer rechtspersonen. Onder…