Naar de inhoud

De turboverdeling in de inkomstenbelasting

1. Inleiding

Met ingang van 1 januari 2012 is de defiscaliseringsregeling van art. 5.4 Wet IB 2001 verder uitgebreid.2 Box-3-bezittingen, waarvan de langstlevende het vruchtgebruik krachtens erfrecht heeft gekregen, worden voor de volle waarde bij hem in aanmerking genomen. Het kind hoeft de blote eigendom daarvan dus niet meer aan te geven.

Als de erflater in gemeenschap van goederen was gehuwd, kan een klassiek vruchtgebruiktestament gepaard gaan met een zogenoemde ‘turboverdeling’. De uitbreiding van de defiscaliseringsregeling was voor ons aanleiding te onderzoeken hoe deze regeling uitpakt in het geval van een turboverdeling.

In onze beschouwing beperken we ons echter niet tot box-3-inkomen. We bezien ook wat de inkomstenbelastinggevolgen zijn van de turboverdeling met betrekking tot andere inkomensbestanddelen. Eerst gaan we kort in op het nut van een turboverdeling. In paragraaf 3 schetsen wij een casus, aan de hand waarvan wij de fiscale gevolgen van een turboverdeling in kaart zullen brengen. In de paragrafen 4 tot en met 6 behandelen we de inkomstenbelastinggevolgen van de inkomensbestanddelen die worden belast in box 1, 2 en 3. Vervolgens sluiten we ons artikel in paragraaf 7 af met de belangrijkste conclusies.

2. Wat is (het nut van) een turboverdeling?

Een turboverdeling kan worden toegepast bij het overlijden van een in een beperkte of wettelijke gemeenschap van goederen gehuwde echtgenoot. De bezittingen en schulden van de goederengemeenschap worden dan volledig (of deels) aan de nalatenschap toegedeeld, in ruil waarvoor de langstlevende een (onderbedelings)vordering op de nalatenschap krijgt. Vervolgens krijgt de langstlevende het vruchtgebruik van het saldo van de…