Financiering echtelijke woning vormt in casu natuurlijke verbintenis
M en V, buiten elke gemeenschap van goederen gehuwd, scheiden in 1990. V is enig eigenaar van de echtelijke woning, blijft daarin wonen en zorgt voor de kinderen.
De koopsom van deze premiewoning ad ƒ116.754 is destijds door M voldaan. V heeft tot zekerheid van de schuld van M een hypotheek op de woning gevestigd ten behoeve van de bank. De voor V bestemde woningsubsidie is op een rekening van het bedrijf van M gestort en zo ten goede aan M gekomen.
Wanneer in 1991…
| Wetgeving | |
|---|---|
| Jurisprudentie | |
| Officiële publicaties | |
| Europese regelgeving | |
| Soort nieuws | Overig |
| Publicatiedatum | 27-10-1997 |
| Nummer | 1997/0267 |