Haags Kinderbeschermingsverdrag 1996 treedt in werking!
Samenvatting
Sinds 1 mei 2011 kent Nederland nieuwe regels met betrekking tot het internationale gezagsrecht aangezien het Haags Kinderbeschermingsverdrag 1996 in werking is getreden. Ten opzichte van het Haags Kinderbeschermingsverdrag 1961 (hierna HKBV 1961) brengt het HKBV 1996 de nodige modernisering met zich mee. In deze bijdrage zullen enkele aspecten van dit nieuwe verdrag de revue passeren, waarbij met name kwesties van bevoegdheid, toepasselijk recht en de erkenning van buitenlandse gezagsverhoudingen aan de orde zullen komen.
Tekst
1. Inleiding
Sinds 1 mei 2011 is het Haags Kinderbeschermingsverdrag 1996 (ofwel het HKBV 1996) voor Nederland in werking getreden voor het Europese deel van het Koninkrijk der Nederlanden, het Caribische deel van het Koninkrijk (dat wil zeggen de BES-eilanden) en voor Curaçao. Op dit moment geldt het verdrag derhalve niet voor Sint-Maarten en Aruba. Zie voor de overige verdragstaten en de datum van inwerkingtreding voor die staten de website van de Haagse Conferentie, www.hcch.net. Ten opzichte van het Haags Kinderbeschermingsverdrag 1961 (hierna HKBV 1961) brengt het HKBV 1996 de nodige modernisering met zich mee. In deze bijdrage zullen enkele aspecten van dit nieuwe verdrag de revue passeren, waarbij voornamelijk kwesties van bevoegdheid, toepasselijk recht en de erkenning van buitenlandse gezagsverhoudingen aan de orde zullen komen.
2. Toepassingsgebieden
Alvorens in te gaan op de inhoud van het nieuwe verdrag, is het nodig om eerst even stil te staan bij de toepassinggebieden van het HKBV 1996. In afwijking van het HKBV 1961 waar het begrip gezagsverhouding werd gebruikt, hanteert het HKBV 1996 voor zijn materiële afbakening het begrip ‘ouderlijke verantwoordelijkheid’. Het begrip…