Kantonrechter Hoorn 18-02-2002 (Everaerts), JAR 2002, 172


Loon (Teveel betaald). Ziekte.

Zie voor de complete uitspraak JAR 2002, 172.

De werknemer vordert dat de werkgever aan hem nog achterstallig loon, vakantietoeslag etc. betaalt. De werkgever stelt deze bedragen te verrekenen met een vordering die hij nog op de werknemer heeft uit hoofde van het feit dat hij hem onverschuldigd 100% van het loon heeft doorbetaald in plaats van 70%. De werknemer stelt dat hij erop mocht vertrouwen dat de werkgever 100% wilde betalen en dat deze daar thans niet meer op terug kan komen. De kantonrechter volgt het standpunt van de werknemer. Vast staat dat de werkgever uit hoofde van de arbeidsovereenkomst of een eventuele CAO niet gehouden was om 100% van het loon door te betalen. Op zichzelf kan de door de werkgever gegeven suppletie derhalve als onverschuldigd betaald worden aangemerkt. Met de werknemer is de kantonrechter echter van oordeel dat de werknemer er onder de gegeven omstandigheden op heeft mogen vertrouwen dat de werkgever erin had bewilligd hem tijdens zijn ziekte een 100% suppletie te geven, te meer omdat de werkgever bij de beëindiging van de arbeidsovereenkomst niet heeft gereclameerd. De kantonrechter vermag niet in te zien dat, ook al zou de aanvulling tot 100% op een vergissing van de werkgever berusten, deze met een beroep op art. 6:203 BW voor rekening en risico van de werknemer zou moeten worden gebracht. Daarbij acht de kantonrechter van belang dat ingevolge art. 7:629 BW weliswaar een wettelijke verplichting geldt voor de werkgever om het loon gedurende 52 weken door te betalen tot 70%, maar dat de werkgever de vrijheid heeft om van deze wettelijke regeling ten gunste van de betrokken werknemer af te wijken. Naar het oordeel van de kantonrechter verhoudt de eis tot terugvordering van de 100%-suppletie zich onder deze omstandigheden dan ook niet met de maatstaven van redelijkheid en billijkheid.

Terug naar overzicht