Naar de inhoud

Kwijtscheldingswinst leidt tot hoger inkomen waardoor recht op toeslagen vervalt

Samenvatting

In 2012 is het faillissement van belanghebbende beëindigd. Eind oktober 2014 is het traject van belanghebbende van de Wet schuldsanering natuurlijke personen afgerond met een schone lei. De inspecteur heeft vervolgens de verliesverrekeningsbeschikking herzien en het verrekenbare verlies per ultimo 2014 op nihil vastgesteld. Het vrijvallen van de ondernemersschulden heeft de inspecteur aangemerkt als een kwijtscheldingswinst als in art. 3.13, lid 1, onderdeel a, Wet IB 2001. Tussen partijen is niet in geschil dat de herziene verliesverrekeningsbeschikking op grond van de wettelijke bepaling juist is toegepast. Rechtbank Gelderland overweegt echter dat het effect van deze verliesverrekeningsregeling is dat de kwijtscheldingswinst die het gevolg is van de schone lei, wordt verrekend met de te verrekenen verliezen en voor het overige niet tot de winst wordt gerekend. Voor de inkomstenbelasting verloopt alles daardoor neutraal, maar voor toeslagen geldt een ander systeem. Daarbij is doorslaggevend wat het verzamelinkomen is voordat verliesverrekening plaatsvindt. Door de kwijtscheldingswinst wordt het verzamelinkomen veel hoger, met als gevolg dat er geen recht meer bestaat op toeslagen, terwijl er feitelijk wel sprake is van een dermate laag inkomen dat toeslagen op hun plaats zouden zijn. De wetgever heeft niet voorzien in deze situatie. De rechtbank is met belanghebbende van mening dat de regeling van het toetsingsinkomen voor toeslagen en de regeling van de kwijtscheldingswinst in een geval als dit niet goed op elkaar aansluiten en in dit geval leiden tot een ongewenste uitkomst. De vraag is of de wetgever hieraan heeft gedacht en of hij dit gevolg bewust heeft aanvaard. De rechtbank kan hier geen oplossing voor bieden en heeft belanghebbende onder meer gewezen op art. 63 AWR.

(…