Naar de inhoud

Machtsongelijkheid aan de mediationtafel bij arbeidsconflicten

De Hogeschool Utrecht en Katholieke Universiteit Leuven hebben onderzoek gedaan naar het fenomeen 'machtsbalans in arbeidsmediations'. Dit artikel geeft de resultaten van dit onderzoek weer. Daarnaast wordt er gekeken wat een mediator kan doen bij mediations met machtsverschillen en welke technieken hij kan inzetten om het machtsevenwicht tijdens de mediation te beïnvloeden.

Waar mensen met elkaar omgaan spelen machtsverhoudingen een rol. In conflicten wordt de machtsongelijkheid vaak pijnlijk duidelijk. Tijdens een conflict worden door meerdere personen doelen of waarden nagestreefd die onverenigbaar zijn en daardoor met elkaar in botsing komen. Met name daar waar er sprake is van een grote machtsongelijkheid, is het vooral de minder machtige die aan het kortste eind trekt en zijn doel niet bereikt.

Bij arbeidsconflicten tussen leidinggevende en werknemer ligt de formele macht altijd bij de leidinggevende. Dat houdt in dat in een dergelijke arbeidsmediation machtsonevenwichtigheid een gegeven is. Als gevolg van het feit dat de formele macht bij de leidinggevende ligt, is het ook doorgaans de positie van de ondergeschikte die ter discussie staat. Grofweg gesteld zijn er drie manieren waarop een dergelijk conflict kan worden opgelost:

  1. De medewerker blijft in de organisatie werkzaam. Er worden afspraken gemaakt ter verbetering van de samenwerking.

  2. De medewerker wordt elders in de organisatie geplaatst, al dan niet in een andere functie.

  3. De medewerker verlaat de organisatie.

De vraag is of de mediator wat moet met dit machtsverschil. In dit artikel gaan we in op de vraag of een mediator een rol heeft in het herstellen van de machtsbalans tussen partijen. Een andere vraag die we aan de orde stellen is 'hoe kan de mediator omgaan met het verschil in macht…