Naming en shaming van artsen die tuchtrechtelijk zijn veroordeeld
“Het meemaken van een tuchtrechtprocedure is voor zorgverleners een ingrijpende ervaring (IQ Healthcare, 2016; Verhoef e.a. 2015). Het openbaar maken van opgelegde maatregelen kan dit effect versterken. De motivatie om opgelegde maatregelen openbaar te maken komt voort uit het idee dat burgers de informatie over maatregelen kunnen gebruiken bij het kiezen van een zorgverlener. Daarom zijn sinds 1 juli 2012 niet alleen de bevoegdheidsbeperkende maatregelen (tijdelijke schorsing, gedeeltelijke ontzegging van de bevoegdheid, doorhaling) openbaar, maar ook door het medisch tuchtcollege opgelegde berispingen en geldboetes. Alleen waarschuwingen worden niet openbaar gemaakt.”1 Zo luidt de openingspassage in het NIVEL-rapport dat in juni 2017 is verschenen.
1. Inleiding
De bevindingen in het rapport zijn niet mals. Liefst 13% van de zorgverleners met een berisping of een boete is gestopt met werken als zorgverlener.2 Wettelijke tuchtprocedures zijn mogelijk bij zorgverleners van de in artikel 3 BIG opgesomde beroepen, waaronder arts en verpleegkundige. De bekendmaking van de maatregel berust op artikel 5 lid 3 sub b Registratiebesluit Wet BIG. De berisping blijft vijf jaar na plaatsing voor iedereen zichtbaar op internet en wordt ook in dagbladen gepubliceerd.3 Aart Hendriks vroeg zich in het NJB daarbij af: “Is hier geen sprake van een disproportionele schending van de privacy?”4 De kwestie is weer actueel gezien de impact die de openbaarmaking van de maatregel berisping op de beroepsbeoefenaren vallend onder de wet BIG heeft.5 In het onder artsen wijd verspreide orgaan van de KNMG, Medisch Contact, schreef Sophie Broersen dat publicatie van de maatregel van berisping en boete de kwaliteit van de zorg niet helpt…