Over verwanten, naaste familieleden en de familievertegenwoordiger
K. Blankman1
K. Hondius52
Inleiding
Het betrekken van familie en naasten van patiënten/cliënten is belangrijk. Het kan bijvoorbeeld gaan om het verkrijgen van belangrijke aanvullende informatie, om het betrekken bij de behandeling dan wel bij het voorkomen van dwangtoepassingen. Er kunnen zich bij de hulpverleners enkele knelpunten van medisch-juridisch aard voordoen zoals onzekerheid over de privacy en het beroepsgeheim. Daarnaast zijn er wettelijke voorschriften over het informeren en betrekken van familie en naasten en over hun rol om een verzoek aan de officier van justitie te doen bij het verkrijgen van een machtiging (art. 4 Wet Bopz). Voor de hulpverleners heeft de wetgever het niet eenvoudig gemaakt waar het gaat om aard van relatie van een familielid met de betreffende patiënt/cliënt. Dit artikel wil op enkele van de bestaande vragen ingaan en enige toelichting geven op de bedoelde terminologie.
1. Familie en naasten: graden en rechte of zijlijn
Op een aantal plaatsen in de Wet Bopz, in de wetsvoorstellen die bedoeld zijn om deze wet te vervangen en ook in andere voor de zorg relevante wetten en regelingen komt een verwijzing voor naar familieleden of verwanten van de patiënt of cliënt. Het wetsvoorstel verplichte Ggz introduceert de familievertegenwoordiger, waarbij het niet alleen kan gaan om ouders of naaste familieleden, maar ook om een directe naaste (art. 1 lid 1 onder j). De vermelding dient in veel gevallen om aan te geven dat deze personen een bepaalde bevoegdheid bezitten, of gehoord of geïnformeerd moeten of zouden kunnen worden. Het leek de moeite waard een inventarisatie te maken en kort stil te staan bij enkele bepalingen die…