Naar de inhoud

Pleegkind wordt gelijkgesteld met aanverwant van tweede echtgenoot

Op grond van artikel 19 lid 1 sub b SW worden voor de toepassing van de Successiewet pleegkinderen gelijkgesteld met kinderen die in familierechtelijke betrekking tot de pleegouder staan. Als pleegkinderen worden aangemerkt zij, die vóór het tijdstip waarop zij de leeftijd van 21 jaar hebben bereikt dan wel het tijdstip waarop zij vóór die leeftijd in het huwelijk zijn getreden, gedurende ten minste vijf jaren uitsluitend door de pleegouder (en eventueel diens echtgenoot) als een eigen kind zijn onderhouden en opgevoed (artikel 19 lid 2 SW).

X, geboren in 1937, is vanaf haar derde jaar onderhouden en opgevoed door een oom en tante. In 1962 is de tante overleden en een jaar later is de oom hertrouwd met C. In 1975 is de oom overleden, C overlijdt in 1999. C heeft bij testament X tot enig erfgenaam benoemd.

In geschil is of X kan worden aangemerkt als een pleegkind van C, zodat de verkrijging wordt belast naar het tarief dat geldt voor verkrijgingen door kinderen.

De oom en tante van X worden als haar pleegouders aangemerkt. C voldoet echter niet aan de wettelijke eisen voor pleegouders. Kan X stellen dat zij als stiefpleegkind van C moet worden gelijkgesteld aan een kind dat in familierechtelijke betrekking staat tot C?

Het Hof oordeelt dat de bepaling in artikel 19 lid 1 sub b SW moet worden gelezen als de gelijkstelling van een pleegkind met een wettig kind, dan wel een kind dat in familierechtelijke betrekking staat. Deze gelijkstelling brengt ten opzichte van de tweede echtgeno(o)t(e) en de bloedverwanten van de pleegouder mee dat het pleegkind op dezelfde wijze…