Naar de inhoud

Sign. - Aannemingsovereenkomst opgezegd en ontbonden (Gerechtshof Den Haag 28 februari 2017, ECLI:NL:GHDHA:2017:328)

X sluit met aannemer A een overeenkomst voor de verbouwing van zijn woning. Op de overeenkomst zijn de Consumentenvoorwaarden Verbouwingen (Covo 2010) van toepassing. Na afloop van de werkzaamheden stuurt X aan A een opsomming van gebreken dan wel schade. Hij verzoekt A de schade te herstellen en laat twee facturen onbetaald. De kantonrechter veroordeelt X tot betaling. X stelt in hoger beroep dat A had moeten begrijpen dat hij eigenlijk bedoelde de overeenkomst (gedeeltelijk) te ontbinden op de voet van artikel 7:756 BW dan wel artikel 7:265 BW.

Bij de beoordeling of X de overeenkomst gedeeltelijk heeft ontbonden, stelt het hof voorop dat tussen partijen niet in geschil is dat door de advocaat van X per brief van 24 oktober 2013 de overeenkomst met zoveel woorden – en onder verwijzing naar artikel 7:764 BW– is opgezegd. De thans te beantwoorden vraag is of die brief, mede in het licht van andere uitlatingen van X, moet worden begrepen als een beroep op ontbinding.

Het hof beantwoordt die vraag ontkennend, omdat X in (de bijlage bij) zijn e-mail van 10 oktober 2013 heeft uitgesproken de overeenkomst te willen ontbinden. Namens A is daarop door diens advocaat geantwoord dat ontbinding niet mogelijk is. In reactie op die brief is vervolgens door X de overeenkomst – onder verwijzing naar artikel 15 van de algemene voorwaarden en artikel 7:764 BW – opgezegd. Daarbij is nadrukkelijk opgemerkt dat X voor die opzegging geen valide reden hoeft te geven, hetgeen uitsluitend bij een opzegging juist is. Het hof neemt bij dit alles in aanmerking dat X was…